Nederlandse Zendingsraad
Eenheid in Zending

Meer nieuws

NZR zoekt stafmedewerker

vrijdag, 7 december

Adventviering NZR

maandag, 5 november

Nieuw NZR-Cahier

vrijdag, 12 oktober
Bekijk nieuws

Actueel

Zending moet oecumenisch zijn

Terug naar het overzichtdinsdag, 2 mei 2017

Hoe moet de zending eruit zien in het postchristelijke Europa? Wat gebeurt er nu al en wat zijn de struikelblokken? Dat zijn belangrijke vragen in "Sharing Good News", een handboek voor de liefhebbers van en ingewijden in de missiologie. 

Het meest te waarderen is het oecumenische uitgangspunt van "Sharing Good News." Maar er zijn ook wat noten te kraken. 

Twee van de drie redacteuren van het boek zullen voor een geïnteresseerd Nederlands publiek geen onbekenden zijn: Gert Noort, directeur van de Nederlandse Zendingsraad, en Stefan Paas, hoogleraar missiologie in Kampen en Amsterdam. Dat heeft voor dit boek een nadelig gevolg, want een deel van het materiaal is in gewijzigde vorm ook te vinden in "Vreemdelingen en priesters: Christelijke Missie in een Postchristelijke Omgeving" (2015) van Stefan Paas. Dat boek is wat meer toegesneden op de Nederlandse situatie en ook toegankelijker vanwege het Nederlands. Ook het al wat oudere handboek (2008) "Als de kerk opnieuw begint: handboek voor Christelijke gemeenschapsvorming", is geschreven door Noort en Paas en twee anderen, en biedt nog steeds een schat aan theorievorming. Voor de doorsnee geïnteresseerde lezer in deze thematiek zou ik daarom "Sharing Good News" niet direct aanraden: lees vooral "Vreemdelingen en Priesters", voor zover u dat nog niet gedaan hebt. 

De waarde van "Sharing Good News" ligt vooral in het feit dat er toegewerkt wordt naar een daadwerkelijk oecumenisch begrip van wat evangelisatie in kan houden. Dit is zeer belangrijk, omdat hoe breder de oecumene is, hoe minder ruimte er is voor proselitisme: het winnen van bekeerlingen onder andere christelijke stromingen. Ook belangrijk zijn de casestudies, om zo een perspectief te krijgen van wat er in Europa voor ontwikkelingen plaatsvinden. De beschrijving van "street pastors", actief in het Verenigd Koninkrijk, biedt veel inspiratie. Deze straatpastores zijn actief in het uitgaangsgebied van grote steden en zijn beschikbaar voor praktische hulp: dekens voor te koud geklede feestgangers en comfortabele schoenen voor de dames die hun hoge hakken niet meer aan kunnen. De straatpastores zijn er niet op gericht om te evangeliseren, maar bieden wel een luisterend oor en worden ondersteund door een gebedsteam. Op dit moment zijn 11.000 mensen getraind en zijn er op een gemiddelde weekendavond zo'n 2000 actief. Belangrijk voor het slagen van dit initiatief is dat het daadwerkelijk oecumenisch is: juist in gezamenlijke actie vinden verschillende christelijke stromingen elkaar. Een vertaling van dit hoofdstuk zou mooi zijn, om zo te kijken of dit initiatief ook in Nederland navolging kan vinden. 

Christelijke bubbel

Vooral in het negende hoofdstuk, geschreven door Paas en Noort, wordt het daadwerkelijk spannend en zijn de auteurs scherp en uitgesproken. Volgens hen is het zeer problematisch dat missionaire training er te vaak bekaaid van af komt in de theologische curricula. Onderdeel van het probleem is dat sommige studenten de studie theologie juist gekozen hebben om in hun eigen christelijke bubbel te blijven. Ook worden studenten te weinig getraind in de praktijk van het missionaire werk, waaronder werken op het gebied van sociale rechtvaardigheid. Het is daarom een zwak punt van het boek dat de sociale gerechtigheid niet verder gethematiseerd wordt. Juist het gebrek aan deze sociale gerechtigheid in de kerken kan een belangrijk struikelblok vormen voor buitenstaanders (én voor de gelovigen zelf ook). Veel studenten zitten vast in een milieu dat voornamelijk middenklasse, wit en familie - georiënteerd is. Maar dit milieu helpt hen niet om de goede boodschap te contextualiseren omdat ze zelf vaak slechts met één segment van de samenleving in aanraking komen: dat van henzelf. De auteurs doen daarom een aantal aanbevelingen om theologische opleidingen te doorkneden met een missionair elan zodat voorgangers, dominees en priesters ( in het Engels aangeduid met de verzamelterm ministers) in de dagelijkse praktijk een missionaire identiteit laten zien. Zo moeten ze weer leren om vreemdelingen te zijn en hun eigen marginalisatie in de samenleving serieus te nemen. Daarbij hoort de ontwikkeling van een kritische houding tegenover de moderniteit. Helaas wordt de weerzin tegen het project van de moderniteit hier niet verder ontwikkeld, maar wordt wel aangeduid dat het voor deze positie noodzakelijk is te leren van gelovigen wereldwijd, die te lijden hebben onder westerse macht, én gemarginaliseerde groepen in de eigen samenleving. Ook zullen voorgangers dieper geworteld moeten zijn in de Bijbelse teksten, met meer parate bijbelkennis, en zullen ze daaruit op een meer vanzelfsprekende manier moeten kunnen putten. 

Oecumenisch

De auteurs doen bij deze aanbevelingen een lovenswaardige poging om een klimaat te scheppen waarbij verschillende stromingen uit het christendom elkaar kunnen vinden op basis van gedeelde ervaringen, waardoor missie in een context van marginaliteit gestalte kan krijgen. Het belangrijkste sterke punt van dit nieuwe handboek over evangelisatie in Europa is dat het daadwerkelijk oecumenisch is. Geschreven in opdracht voor de Wereldraad van de Kerken, vertegenwoordigt het de diverse kerkfamilies. Een overzicht van Oosters - Orthodoxe theologie staat zusterlijk naast een klassiek Pinksterperspectief. Tegelijkertijd komt hier ook een zwakte aan het licht: het gebrek aan duidelijkheid hoe deze twee stromingen  elkaar wederzijds kunnen beïnvloeden en elkaar ook daadwerkelijk kunnen bevragen. Ondanks de poging tot synthese aan het einde van het boek, blijft het onduidelijk hoe deze elkaar precies uit kunnen dagen. 

Dr. Eleonora D. Hof, april 2017, verschenen in CW, hét christelijk opinieblad van Nederland