Nederlandse Zendingsraad
Eenheid in Zending

Meer nieuws

Kerk Overzee

donderdag, 1 juni

Vluchtelingenzondag

donderdag, 1 juni

Oosters - Orthodoxe kerken

dinsdag, 23 mei
Bekijk nieuws

Actueel

Zieltjes winnen?

‘Zieltjes winnen? Wat is er eigenlijk tegen?’ Missionaire communicatie en werving. 

Het is al weer meer dan 20 jaar geleden dat ik mijn proefschrift verdedigde. Het onderzoek ging over zogenaamde kerkelijke inloopcentra die destijds als paddenstoelen uit de grond schoten. Wat ik merkte tijdens het onderzoek was dat er een grote terughoudendheid was in de verbale communicatie van het Evangelie. Het geloof van de medewerkers was primair een bron van eigen inspiratie, niet iets dat ze graag wilden communiceren met de gasten. Aan het einde van het boek kwam ik tot tien bouwstenen voor inloopcentra. Een daarvan was ‘een geopende deur naar Christus’. Daarbij maakte ik heel voorzichtig ruimte voor de uitnodiging aan gasten om zich te verbinden met Jezus Christus. Hoe behoedzaam ik het ook had proberen te formuleren, er stak een storm van protest op. ‘Onderzoeker wil zieltjes winnen’, ‘het inloopcentrum als fuik’ en meer van dat soort kwalificaties kwam ik tegen.

Ik haal deze herinnering op omdat we in onze tijd op dit punt een behoorlijke kentering zien, althans op papier. Een kroongetuige uit een onverdachte hoek is hier de katholieke theoloog Erik Borgman. In zijn boek waar blijft de kerk? uit 2015, schrijft hij dat we elkaar moeten opvissen. Jezus wilde zijn leerlingen tot vissers van mensen maken en voor Borgman geldt die uitnodiging nog altijd. We mogen de zielen van tijdgenoten niet aan zichzelf overlaten, schrijft hij. ‘De ziel, die in het Grieks wordt aangeduid als psychè, is inderdaad dat wat een mens leven doet. En juist aan deze ziel leiden hedendaagse mensen massaal schade.’ Hij verwijst daarbij naar Jezus’ woorden over levend water aan het adres van de Samaritaanse vrouw uit Johannes 4. En hij stelt dan: als dit woord waar is, ‘dan kun je toch alleen maar alle moeite doen om dit levende en leven gevende water te delen en zo zielen te winnen! Niet voor de kerk, uiteraard niet! Maar wel voor het niet meer kapot te krijgen leven in gemeenschap met God en de rest van Gods schepping.’ Dichter bij huis, in ons eigen beleidsrapport ‘Kerk 2025’, lees ik dit: ‘Bij getuige zijn hoort dat mensen zonder gêne worden geworven voor de kerk. “Treed in, of treed weer in!” Het taboe hierop (“zieltjes winnen”) heeft te lang verlammend gewerkt.’

Dit zijn twee van de vijf recente pleidooien die we in ons boek noemen. Papier is gewillig, maar de vraag is uiteraard of we in de kerkelijke praktijk ook iets als een ‘wervings-revival’ zien. We mogen wel constateren dat er in de kerkelijke praktijk op zijn minst belangrijke aarzelingen zijn. Wat maakt ons aarzelend of misschien zelfs allergisch voor deze ‘wervende’ woorden? Een veelheid aan redenen komt dan in beeld. We onderscheiden achtereenvolgens maatschappelijke, kerkelijke en persoonlijke factoren.

Als we kijken naar maatschappelijke factoren, dan komt onze permissieve samenleving in beeld. We vallen elkaar niet lastig met onze levensovertuigingen. Iedereen is vrij om te geloven of niet te geloven wat hij wil. Zendingsijver wordt niet gewaardeerd. Geloof is optioneel en bovendien iets voor achter de voordeur.

Bij kerkelijke factoren speelt de teruggang van de kerk uiteraard een rol. Voortdurende krimp is bepaald niet bevorderlijk voor werving.

Onbewust kan het gevoel gaan ontstaan dat je in onze tijd niet meer met het Evangelie kunt aankomen. Voor ons – die er nog mee zijn opgegroeid – is het misschien nog prima, maar ‘moderne’ mensen val je er niet meer mee lastig.

Op persoonlijk niveau kan het zo zijn dat we ondanks onze kerkelijke betrokkenheid eigenlijk nauwelijks weet hebben van de vernieuwende kracht van het Evangelie. Soms zijn we ook helemaal niet gewend om ons geloof te delen, zelfs niet met geloofsgenoten. In dat geval wordt het ook wel heel lastig om met ‘buitenstaanders’ te communiceren. Het kan ook zijn dat we aan ‘wervende’ geloofscommunicatie helemaal geen behoefte hebben. We respecteren de overtuigingen en de keuzes van de ander vanuit het besef dat er meer (religieuze én seculiere) wegen naar Rome leiden. Alle mensen van goede wil zijn dan primair bondgenoten.

Zo zijn er tal van redenen die ons doen aarzelen ons geloof te laten zien en het te delen. Maar toch zien we dus die kentering, iets als een nieuwe vrijmoedigheid en dat in een samenleving die opeens ook weer teruggrijpt op de joods-christelijke traditie, overigens zonder dat ze vaak weet wat die behelst.

Ik haal op deze plek een prikkelende uitspraak van de theoloog van Ruler aan. Hij schreef al weer bijna een halve eeuw geleden dit: ‘Het gaat er in de kerk centraal om, zieltjes te winnen […] want die zieltjes moeten zielen worden.’ Zo komt werving als een boemerang bij onszelf terug: heeft mijn ‘zieltje’ in de kerk kunnen uitgroeien tot een volwassen ziel? Heeft mijn christen-zijn mij geholpen te leren leven, heeft het bijgedragen aan mijn menswording? En zouden wij in onze geloofsgemeenschap nieuwkomers kunnen helpen om hun ziel te ‘verkennen’ en in verbondenheid met Jezus Christus te groeien in mens-zijn? Elke gemeente zou dit soort vragen onder ogen moeten zien. Het Nieuwe Testament is vol van vernieuwing van de mens en gelooft er ook heilig in, maar hoe ‘transformatief’ is de kerkelijke gemeente eigenlijk?

Op gemeenteavonden vertel ik graag dat bepaalde kerkelijke gemeenten zich presenteren op spirituele beurzen. Voor de organisatoren van dergelijke beurzen is dat vaak verrassend en soms ook wat ongemakkelijk.

Want is de kerk immers niet achterhaald? Nee, zeggen deze kerken en ze nemen met overtuiging de handschoen op.

Spannende vragen dienen zich dan wel direct aan. Wat zou de kerk daar willen presenteren? Wat kan ze bijdragen aan persoonlijke ontwikkeling? Wat aan gemeenschapsvorming en wat rond maatschappelijke uitdagingen? Waarom zou ze mensen (eventueel) willen uitnodigen zich fundamenteel met Jezus Christus te verbinden? Ik vind dit leerzame vragen, ze voeren ons echt back to basics… Maar ik merk tijdens ontmoetingen in allerlei kerkelijke gemeenten vaak dat het lastig is antwoorden te vinden op die vragen. Er is op dit punt veel verlegenheid en dat remt natuurlijk de ruimte om mensen uit te nodigen zich te verbinden met Jezus Christus.

Ik rond af. Cruciaal is de vraag of we al dan niet geloven dat het Evangelie ook voor de moderne mens van nu veel, om niet te zeggen alles te betekenen heeft. Gaat het bij werving om een theologisch en kerkelijk paradigma dat we achter ons hebben gelaten of ligt hier juist een van de grootste uitdagingen die we voor ons hebben liggen? Daarover zullen we in onze kerken diepgaand in gesprek moeten. Ons boek wil daarbij helpen.

Geschreven door Sake Stoppels, overgenomen van deze website.