Nederlandse Zendingsraad
Eenheid in Zending

Meer verdieping

Uitgelicht: Christopher J.H.Wright

woensdag, 3 oktober 2012
Bekijk verdieping

'Uitgedaagd en bedreigd'

dinsdag, 21 maart

In 2012 stelde Ayaan Hirsi Ali in het blad Newsweek christenvervolging aan de orde. Ze hekelde de stilte van de media daarover en sprak van een zich ontwikkelende genocide. Elma Drayer, toen nog columniste van Trouw, reageerde daarop en schreef dat christenvervolging gewoon geen ‘hip’ onderwerp is. En omdat het voor opiniemakers geen hip onderwerp is, zouden beleidsmakers en politici ook geen moeite doen om maatregelen te nemen. Het was vooral een onderwerp, zoals ze zei, van ‘steile christenen’. Voor lezers van het RD en leden van de EO, zeg maar.

'Uitgedaagd en bedreigd'

Amanda Kluveld, een columniste van de Volkskrant, reageerde daarop en schreef dat ze dit wel een ‘erg nonchalante manier’ vond om dit zeer ernstige probleem af te doen en verder te gaan met die hippe orde van de dag. Inmiddels is mw. Drayer columniste bij de Volkskrant. En kennelijk heeft ze de woorden van Amanda Kluveld goed in haar oren geknoopt. Eind september schreef ze namelijk een vlammende column over christenvervolging. Ze was boos. Niet op de stilte van opiniemakers, maar op de Protestantse Kerk. En dan vooral op het veel te lang negeren van geloofsvervolging door de PKN. Volgens haar gebeurde dat decennialang. Een enkel citaat: ‘De onderdrukking van willekeurig welk volk mocht op roerende solidariteit rekenen, over die van de eigen geloofsgenoten deed de PKN er liever het zwijgen toe.’ ‘Eindelijk’, schreef ze, ‘is de Protestantse Kerk uit zijn onverschilligheid ontwaakt’. Ergens halverwege onderkent ze dat ook de opiniemakers en politici steken hebben laten vallen. De PKN staat er in de Volkskrant dus gekleurd op, zou je kunnen zeggen. De Volkskrant, als voorvechter van vervolgde christenen. En een ontwakende PKN die te laat haar onverschilligheid laat varen en die wellicht ook te laat in de gaten heeft dat zij zelf net zo goed een bedreigde minderheid geworden is.

Hoe kijken we in het missionaire circuit eigenlijk aan tegen kerk-zijn in een minoriteitssituatie? 

Veranderde context – over veranderingen in ons spreken

Toen ik in 1986 ging werken bij de Oegstgeester zending antwoordden we op vragen over vervolgde christenen nogal terughoudend. We hadden moeite met dat taalgebruik. Daar hadden vooral evangelischen het over. Dat was het taalveld van Open Doors. De verhalen over vervolgde christenen werden niet zelden weggezet als overtrokken, als eenzijdig en tegenstellingen verscherpend. Wij spraken liever over kerken in minoriteitssituaties, over achterstelling van christenen, over het belang van evenwichtige berichtgeving en over het zoeken naar common ground, naar gedeelte normen en waarden.

Dat doen we nog steeds, maar er is wel iets veranderd. Niet alleen in ons spreken, maar ook in de context zelf. En dat vergt nieuwe antwoorden op oude vragen. Weinigen zullen ontkennen dat religieus-gemotiveerd geweld toegenomen is en dat ook christenen slachtoffer zijn van discriminatie en geweld. Zeker niet alleen christenen, ook andere religieuze gemeenschappen. Maar we komen er niet meer mee weg om bedreigingen voor christelijke gemeenschappen te relativeren. We komen er evenmin mee weg bedreigde kerk als een mooi thema van evangelische en reformatorische christenen te zien. We zullen erover moeten nadenken en samen met onze partners koers moeten bepalen.

Dat de situatie ook echt veranderd is, wil ik met twee voorbeelden illustreren. Tijdens het laatste Midden-Oostenberaad sprak dr. George Sabra (NEST, Libanon). Hij betoogde dat de dominante visie van kerken in die regio de afgelopen decennia vooral was om ‘common ground’ met de moslimmeerderheid te vinden. Het zoeken naar gedeelde waarden en aspiraties. Samen met de religieuze ander moest toekomst worden geborgd en ontwikkeld. Maar hij was daar nu somber over. ‘It is failing’, zei hij, en: ‘the optimistic classical view is collapsing’. We hebben het 50 jaar geprobeerd, zei hij, maar die inzet faalt zolang de islam zelf niet verandert. De dialogische inzet gaat het volgens hem niet redden en inzet op sociale transformatie is geen oplossing voor een bedreigde en krimpende kerk. 

Een tweede voorbeeld: van 1991-1995 woonden mijn vrouw en ik in Sulawesi (Tentena, GKST). Dat was een tijd van relatieve stabiliteit. President Suharto zat stevig aan het roer. Er was een gestage, zij het langzame toename van de welvaart. Kerken zetten als religieuze minderheid vol in op hun bijdrage aan nationale opbouw. Grote issues voor de GKST waren toen: Hoe kunnen we ontwikkeling in de regio bevorderen? Hoe versterken we het kerkelijk kader? Maar ook: hoe verhoudt de kerk zich tot de oude stamgodsdiensten? Die situatie is nu sterk gewijzigd: Er zijn diepe sporen van religieuze conflicten in jaren 1998-2002. Grote aantallen vluchtelingen vestigden zich aan de kust (overwegend islamitisch) of in het binnenland (overwegend christelijk). Veelvuldig gaan de gesprekken over IS-trainingskampen in de bergen en het schijnbare onvermogen van de overheid om deze kampen te ontmantelen. Een van de grote issues is nu: de verhouding kerk en moskee. Er is een sterk besef gegroeid dat de kerk een minoriteit is en dat de maatschappelijke orde zomaar opnieuw kan ontsporen.

Onderzoek m.b.t. druk op religieuze gemeenschappen

De Government Restrictions Index (GRI) van Pew Research wijst uit dat de druk op religieuze gemeenschappen toeneemt. Deze index toetst op maatregelen, wetten, beleid en acties die religieuze opvattingen en praktijken hinderen of verbieden. Daarbij kunnen we denken aan anti-bekeringswetten, verbod op bouw kerken of minaretten, boerkiniverbod, verbod op het gebruik van de naam Allah door christenen, enz.. De GRI maakt duidelijk dat er tussen 2007 en 2012 een sterke stijging was van government restrictions. Een lichte afname tekende zich af in 2013-2014. Over de jaren 2015-2016 zijn nog geen onderzoeksgegevens beschikbaar. 24% van de mensen wereldwijd woont in een land met een hoge GRI (in 48 van de ongeveer 200 landen). In de hoogste categorie vallen onder meer China, Syrië, Centraal-Aziatische Republieken, Egypte, Turkije, Saudi-Arabië en Indonesië. 

Daarnaast hanteert Pew de zogenaamde Social Hostilities Index (SHI). Deze index geeft de mate aan van sociale druk, intimidatie, misbruik, terrorisme (etc.) door burgers en groeperingen tegen een religieuze gemeenschap. Dat gaat dan bijvoorbeeld over kerkverbrandingen, antisemitische incidenten, het plaatsen van varkenskoppen bij moskeeën, uitsluiting van de religieuze ander en religieus geïnspireerd terrorisme. Pew signaleert dat de uitgeoefende sociale druk in 2007-2014 is toegenomen. Een gestage stijging van aan terrorisme gerelateerde social hostilities is zichtbaar in – met name – het Midden-Oosten en Noord-Afrika (vier keer hoger dan het gemiddelde). Van het hoogste niveau is sprake in de landen Israël, Irak, Syrië, Jemen, Libanon en de Palestinian territories. In 2014 nam in 16 van de 20 landen in de regio Noord-Afrika/Midden-Oosten het ‘lastigvallen’ (harassment) van christenen en joden toe. Maar in 17 van de 20 landen gold dat ook voor moslims (onderlinge strijd van soennieten-sjiieten).

We mogen dus concluderen dat er voldoende reden is om de toenemende druk op religieuze gemeenschappen serieus te nemen. Deze toegenomen druk heeft niet alleen betrekking op kerken, maar ook op aanhangers van andere religieuze gemeenschappen. In dit verhaal concentreren we ons echter op kerken en de bedreigdheid van kerken.

Kerk als minoriteit: ontbrekende theologie van vervolging/bedreiging/uitsterven

In de Oude Kerk was er veel aandacht voor lijden en vervolging. Zowel in de kerk in het Westen als in de Kerk van het Oosten. Er was vervolging. Niet overal, niet altijd. Maar wel altijd weer. In het Westen was dit met name in de eerste drie eeuwen het geval: onder keizer Nero (1e eeuw) die christenen beschuldigde van de grote stadsbrand in Rome, maar ook ten tijde van Decius en Diocletianus (3e eeuw, begin 4e). Deze situatie veranderde echter in de 4e eeuw, toen het christendom ‘toegestane godsdienst’ werd (Edikt van Milaan, 313) en enkele decennia later de staatsgodsdienst (Theodosius, 380).

In het Oosten bloeide de Kerk van het Oosten, zoals in het christelijke koninkrijk Edessa. Maar het kwam tot ernstige vervolging onder de Perzische Sassaniden (begin 5e eeuw). In latere eeuwen zou de Kerk van het Oosten worden gedecimeerd door het opkomende islamistische kalifaat. In deze kerk leefde daardoor het besef dat de kerk door lijden heen gaat. In het Westen is dat besef er na de vierde eeuw veel minder geweest. Vanaf de vierde eeuw zou de kerk in het westen haar missie vooral doordenken vanuit een meerderheidsperspectief. Zo ging Lukas 14:23 – ‘dwingt hen om in te gaan’ – een steeds grotere rol spelen in de houding van de kerk t.o.v. andersdenkenden. Het bijbelvers werd van toepassing geacht op de omgang met degenen die van het christelijk geloof waren afgedwaald (afvalligen en christelijke sekten in Europa, zoals de Waldenzen en Catharen), maar eveneens op de omgang met moslims en 'heidenen' buiten Europa. Deze denktrant mondde uit in zogenaamde leer van de ontdekking, een drietal pauselijke decreten uit 15e eeuw, waarin door de paus aan koningen het recht werd gegeven om land van heidenen en Saracenen te veroveren, hen te onderwerpen en tot slaaf te maken. Dit zou later een doorwerking krijgen in het vermeende recht van koloniale machten om land van inheemse volken af te nemen. We kunnen deze leer van de ontdekking niet los zien van een kerkelijk meerderheidsperspectief.

De Amerikaanse historicus Philip Jenkins gaat in zijn boek Lost History (2009) in op het minderheidsperspectief. Hij legt er de nadruk op dat het ons ontbreekt aan een theology of extinction (theologie van uitsterven) en maakt korte metten met het idee dat het bloed der martelaren het zaad der kerk is (Tertullianus). Dat klopt gewoon niet, stelt hij. Tertullianus was zelf afkomstig uit Noord-Afrika en die kerk is gewoon weggevaagd. Jenkins schrijft: ‘Een kerk verdwijnt niet door onverschilligheid. Vervolging is dodelijk voor een kerk. Gewapende macht, die in dienst staat van een andere religie of een seculiere ideologie, is dodelijk voor een kerk.’ De vraag vanuit welke visie een kerk zich verhoudt tot een maatschappelijke bedreigende situatie, verbindt hij aan het niveau van bedreiging. In veel gevallen kunnen kerken van alles doen: de dienst van de barmhartigheid; solidariteit met de armen, het gaande houden van de liturgie, zelfs het profetisch getuigenis te midden van onrecht. Maar soms is er maar één optie, namelijk de overlevingsmodus. En dat betekent een terugtrekkende beweging: een terugtrekking binnen de eigen geloofsgemeenschap (niet willen opvallen, geen aanstoot geven, de liturgie gaande houden), of vertrekken, vluchten. Jenkins is uiterst kritisch op kerken die succes afmeten aan kerkgroei. Zijn constatering en pleidooi: 'We have a theology of mission, but we don’t have a theology of retreat.' Kerk en zending, stelt hij, moeten ook op het kleiner worden en op het verdwijnen van kerken reflecteren.

Oecumenische aandacht voor bedreigde kerk

We constateerden dat in de oecumene het woord vervolging, of bedreigde kerk, niet erg gangbaar was. Maar dat begint nu in rap tempo te veranderen. Zo hield het Global Christian Forum in 2015 een bijeenkomst over bedreigde kerken en geloofsvervolging in Tirana (Albanië). Paus Fransciscus sprak in zijn groet aan de conferentie over ‘the escalating discrimination and persecution against Christians’. De aanwezigen erkenden dat ze in het verleden niet alleen elkaar hebben vervolgd, maar ook andere religieuze gemeenschappen. Het forum zag als de weg: gebed, dialoog en onderlinge solidariteit, niet defaitistisch maar wel gelovig solidair, zonder lijden te verheerlijken.

Ook in de Anglicaanse gemeenschap ontstaat meer aandacht voor de bedreigde kerk. In een rapport van april 2016 gaat de kerk hierop in en noemt een veelheid aan ‘life stories’ over bedreigde christenen uit allerlei landen: van Maleisië tot de V.S, van India tot Syrië, van Nigeria tot Zweden. Het rapport beoogt de kerkleden te bewegen tot een herlezing van de Bijbel vanuit het perspectief van vervolging en verdrukking. Daarbij wordt de rol van het Westen en de westerse meerderheidskerk in de vervolging van minderheden en 'heidenen' erkent.

Tot slot

In oecumenische kring is het besef doorgedrongen dat vervolging van christenen wel degelijk een issue is. We hebben wel wat uit te leggen, want volgens menigeen hebben we ons te lang afgewend in onverschilligheid. Het is tijd om in de breedte van kerkelijk Nederland aandacht te geven aan de positie van de bedreigde kerk en gebruik te maken van expertise die bij kerken en organisaties al aanwezig is. Theologisch hoeven we het niet met elkaar eens te zijn, maar het delen van kennis om solidariteit en lobby goed vorm te kunnen geven, is essentieel.

Gert Noort - Directeur Nederlandse Zendingsraad

Inleiding gehouden tijdens reünie oud-zendingswerkers PKN, oktober 2016 (ingekorte tekst)

Reacties

Er zijn nog geen reacties op deze blog

Reageer op deze blog


Verplicht maar verborgen