Nederlandse Zendingsraad
Eenheid in Zending

Meer verdieping

Uitgelicht: Christopher J.H.Wright

woensdag, 3 oktober 2012
Bekijk verdieping

Vrouwen en zending

vrijdag, 1 maart

Op uitnodiging van de Nederlandse Zendingsraad hield Hans Kommers op 21 juni 2018 een lezing over het thema ‘Vrouwen en zending’. Dit naar aanleiding van zijn studie over de Ierse zendelinge Amy Carmichael (1867-1951), gepubliceerd in Zuid-Afrika onder de titel: Triumphant Love: The contextual, creative and strategic missionary work of Amy Beatrice Carmichael in south India. Cape Town, AOSIS. Hieronder vindt u een weergave van de lezing, min of meer zoals die is uitgesproken.

Vrouwen en zending

Vrij recent viel een brochure1 van de Africa Inland Mission (AIM) bij ons op de mat met daarin de namen en de foto’s van alle AIM-werkers in Afrika. Een korte blik bevestigt wat al meer dan honderd jaar de praktijk is: de meerderheid van alle uitgezonden werkers in de zending is vrouw.

Sinds de dag dat vrouwen de eerste getuigen waren van de opstanding van Christus, hebben zij deelgenomen aan de verspreiding van het evangelie zowel binnenlands als over eigen culturele en landsgrenzen heen. Het zijn ook vrouwen die dikwijls de eersten zijn die antwoord geven aan het appèl van het Evangelie en tot geloof komen. Actief hebben vrouwen vanaf de eerste eeuwen gewerkt binnen de christelijke gemeente.

 

Ommekeer

Hierin kwam een ommekeer in 1298, toen paus Bonifatius VIII opdracht gaf dat alle vrouwelijke religieuzen hun werk achter gesloten deuren moesten doen. Twee argumenten die toen gegeven werden om vrouwen binnen de kloostermuren te houden waren:

dat er geen gevaar meer zou zijn dat ze verkracht zouden worden

dat ze niet langer de mogelijkheid hadden om mannen te verleiden.
Het vrije verkeer van vrouwen als kerkelijke werkers werd aan banden gelegd. Deze maatregel haalde gedurende vele honderden jaren een dikke streep door diverse mogelijkheden voor vrouwen om in het openbare kerkelijke leven leidende functies te bekleden. Pas in de negentiende eeuw zien wij dat vrouwen met of zonder gezin weer een actieve rol gaan spelen in het zendingswerk.
Nu is het een bekend fenomeen dat in voorbije tijden vrouwen meer dan eens het initiatief genomen hebben om evangelisatiewerk op te starten, om later vervangen te worden door mannen.2 In veel gevallen waarin ze uitgesloten waren van functies met beslissingsbevoegdheid, ging hun werk gewoon door waarbij meer de dienst is benadrukt dan autoriteit. Zij waren het die in veel gevallen aan de fronten stonden.
 
Lang gemarginaliseerd
Nadenkend over ‘vrouwen en zending’, concentreer ik mij op hun rol in de moderne zending van de voorbije twee eeuwen.
Wereldwijd zijn meer vrouwen dan mannen praktiserende christenen. Geschat wordt dat ruim 60 procent van alle uitgezonden zendingswerkers vrouw is. Ook in de missie van de Rooms-Katholieke Kerk zijn de zusters veruit in de meerderheid. Dit is al meer dan honderd jaar zo.
Was het aan het begin van de negentiende eeuw een enkele vrouw die diende in de zending, aan het eind van die eeuw was twee derde van alle zendelingen vrouw.3 In 1920 was 69 procent vrouw, van wie de helft ongetrouwd.4 Dit alleen al rechtvaardigt de noodzaak voor meer aandacht voor hun werk.
De stemmen van vrouwen in zowel de zendingstheorie als in de zendingspraktijk zijn lange tijd gemarginaliseerd binnen de structuren van kennis en macht, terwijl zij toch behoren tot ‘de andere helft’ van de kerk. Komen zij voor het voetlicht, dan blijkt bij verrassing dat de rol die zij in hun tijd gehad hebben een heel moderne is geweest. Vrouwen zijn veel meer geweest dan ‘decoratieve assistenten’.
 
Niet goed gedocumenteerd
Sinds de laatste twintig jaar van de vorige eeuw is er meer aandacht gekomen voor hun werk in de zending.5 Lange tijd is het werk dat zij gedaan hebben niet goed gedocumenteerd. Doordat in de wereld van de zending de uitgezonden predikanten, theologen, docenten en beroemde zendelingen overwegend man zijn, is de cruciale rol die vrouwen in het zendingswerk gehad hebben wel ergens op de achtergrond aanwezig, maar vrijwel onbekend. Je kunt spreken van een collectieve actie van vergetelheid.
Dat honderdvijftig jaar geleden duizenden zich ingezet hebben voor het welzijn, geestelijke en sociaal, van anderen en nu in onze tijd worden weggezet als vertegenwoordigers van een overheersende koloniale klasse, is in essentie totaal verkeerd.
Hun leven en werk wacht op grondig onderzoek. Mijn studie over Amy Carmichael is daartoe een poging. Tevergeefs zoeken wij in de literatuur over zending tot 1980 de naam van Amy Carmichael. Binnen de academische zendingsstudies is ze zelfs geheel genegeerd. De missioloog Frykenberg zei in 2008 over Amy Carmichael: ‘She is a spiritual giant.’
 
Herbronning
Het werk van de vrouwen in de zending was zonder een voorgaande traditie. Ze begonnen van de grond af aan, maar ze worden vaak gezien als ‘Gods second best’. Door hun motivatie en liefde hebben zij echter heel wat barrières geslecht.6
Wanneer wij inzoomen op deze grote groep zendingswerkers, zien wij naast hun intense betrokkenheid een enorm enthousiasme en grote toewijding, gecombineerd met praktische liefde en kennis.7 Het vandaag opgeld doende ‘man-vrouw’-debat werd niet gehoord binnen het zendingswerk van die tijd. Vrouwen leefden en deden hun werk in de zending binnen de context van een paternalistisch theologisch paradigma.
Om deze vrouwen recht te doen pleit ik voor een herbronning van dit stuk zendingsgeschiedenis verricht door vrouwen die met beide benen in de werkelijkheid van hun tijd het werk deden en in veel gevallen de ruggengraat vormden van de zending. Ook voer ik een pleidooi voor een herwaardering van de single zendingsvrouwen uit de victoriaanse tijd. Zoals de meesten van ons hebben deze vrouwen gewoon hun werk gedaan voor God en met ere, zij zijn voor de mensen onder wie ze gewerkt hebben tot zegen geweest.
 
Amy Carmichael
Een enkeling is het gegeven om een complete verandering teweeg te brengen in de samenleving waarin het werk gedaan wordt. Zij hebben door hun werk een fundament gelegd voor generaties na hen.
Zo’n enkeling is voor mij Amy Carmichael, die een spoor heeft getrokken en wegen heeft aangegeven voor anderen die na haar kwamen. Zij heeft in India bijvoorbeeld een wetswijziging in het parlement mogelijk gemaakt, waardoor kindprostitutie, gesanctioneerd binnen meer dan drieduizend jaar hindoeïsme, bij wet in 1947 verboden werd.
Ik heb het leven en werk van Amy Carmichael onderzocht, omdat ik geloof dat elke generatie de kans moet krijgen een personage uit het verleden in het perspectief te plaatsen van de eigen tijd en omstandigheden. Opinies over zending en de plaats van de vrouw hierin kunnen veranderen, maar wat honderd jaar geleden gebeurd is, is onomkeerbaar. Zij die vóór ons zijn uitgegaan, gingen met de gedachten en in de theologische context die in die tijd opgeld deden.
Veel is geschreven over het zendingswerk van mannen. Hoeveel literatuur is er niet verschenen over David Livingstone, Hudson Taylor en Charles Studd. Maar hoe zit het met de rol en de identiteit van de vrouwen? Wat werd er van hen verwacht en wat hebben zij gedaan?
Bij onderzoek komen inzichten aan het licht die aan de ene kant heel klassiek zijn en aan de andere kant heel modern. In 1841 schreef Jemima Thompson: ‘Veel buitengewone vrouwen hebben onze zending gesierd en doen het vandaag nog. Vol van liefde voor de heidenen die verloren dreigen te gaan. Laat het niet beperkt zijn tot al die biografieën over Schwartz, Henri, Carey en anderen. Vrouwen zijn nodig in de evangelische zending om de kostbare zaak van Christus te doen oplichten.’8
 
Totaal onbekend
Dat figuren voortkomend uit het gedachtegoed van het Engelse puritanisme en methodisme, als bijvoorbeeld Amy Carmichael, in Nederland totaal onbekend zijn is een omissie geweest binnen onze zendingsopleiding. Geweest zeg ik, want in Nederland is met het van de hand doen van het Hendrik Kraemer Instituut in Oegstgeest de zendingsopleiding binnen de Protestantse Kerk ter ziele gegaan. Zendingsorganisaties hebben lange tijd het werk van vrouwen gezien, in zoverre zij de traditionele waarden van het christelijke familieleven lieten zien. Singles konden soms mee, maar steeds onder toezicht van een echtpaar.
Wanneer wij de benadering over de rolverdeling van mannen en vrouwen in de zending die tot ver in de twintigste eeuw werd gehanteerd, begrijpen, dan begrijpen wij ook beter de rol die de vrouwen daarin gespeeld hebben. In de victoriaanse tijd lag de rolverdeling vast.
In veel gevallen zijn het ook de vrouwen zelf geweest die ervoor gewaakt hebben om niet al te zeer voor het voetlicht te komen. Zij gingen uit voor een hoger doel en het paste dan niet om zelf op de voorgrond te komen. Amy Carmichael kraste haar eigen gezicht weg op een groepsfoto!
 
Apart soort?
In onze eenentwintigste eeuw wordt binnen het historisch onderzoek in academische zendingsstudies meer aandacht gegeven aan zendingswerkers, waarin leven en werk beschreven wordt onder de categorie ‘Biografie als missiologie’. Mijn studie valt binnen deze categorie.
Het is lange tijd een populaire gedachte geweest dat vrouwen, vooral singles, die de zending ingingen, een toch wel heel apart soort mensen waren. Het beeld van de stereotype victoriaanse zendelinge ilaat een langdurig ziekelijke vrouw zien die aan het eind van haar leven het opschrift mee kreeg: gestorven na een leven van weldoen, en van een nogal chagrijnige vrijgezel in haar ouderwetse kleding, brilletje met zo’n ijzeren brilmontuur, die ergens alleen meer dan dertig jaar lang de heidense kindertjes onderwezen heeft.9 Getrouwd met het religieuze werk als ‘an old maid missionary’.10
Dat beeld is totaal onjuist. Deze vrouwen hebben directe invloed gehad op de mensen onder wie zij werkten en werden hoog gewaardeerd. Al in 1844 stuurden Chinese vrouwen een bericht naar Engeland: ‘Alsjeblieft, stuur ons een aantal vrouwelijke mannen.’11
Tot ver in de negentiende eeuw lieten de hogere scholen en universiteiten geen vrouwen toe. In 1858 werd een resolutie in Amerika aangenomen dat elke hoogleraar die aan vrouwen medisch onderwijs gaf, ontslagen zou worden. Studie was voor vrouwen een anathema.12 De universiteit van Cambridge bleef tot ver in de twintigste eeuw een exclusief mannenbolwerk.
 
Binnenkomen
Onder de vrouwen die naar het zendingsveld gingen, zien wij vaak opmerkelijk sterke vrouwen met een duidelijke visie.13 Ook zij die alleen waren wierpen zich helemaal op hun werk, en de getrouwden deelden de ervaringen van vrouwen uit elke generatie, Geboorte was een gevaarlijke onderneming voor vrouwen in een tijd waarin men nog niet bekend was met steriele instrumenten en antibiotica. Veel mannen verloren hun veelal jonge vrouwen kort na het huwelijk.14
Een geboortecertificaat en een overlijdensbericht kwamen dikwijls gelijktijdig. Een roeping voor de zending was voor vrouwen veelal een roeping voor een vroege dood. In 1885 schrijft Rev. Thomas Walker naar huis: ‘Moet je nagaan, de drie vrouwen die meereisden met mij naar India, zijn al overleden.’15 En Valerie Griffits schrijft: ‘Binnen enkele jaren zijn twee van de vier overleden.’16 Ze hadden Christus genoeg lief om deze feiten onder de ogen te zien. Er wordt wel gezegd, dat de graven van de zendingsarbeiders de ‘stepping stones’ zijn voor de voortgang van het evangelie.
De China Inland Mission (CIM, nu OMF) verwelkomde een breed spectrum van mannen en vrouwen om te werken in de zending. Het is Maria Taylor geweest, de eerste vrouw van Hudson Taylor (op 33-jarige leeftijd gestorven), die door haar voorbeeld de fundamenten heeft gelegd voor de betrokkenheid van single vrouwen binnen de zending. Vrouwen bleken de ‘meest krachtige middelen om het evangelie in de Chinese huizen te krijgen’.17
Toen in 1865, op 25 mei, de eerste CIM-zendelingen vertrokken, waren daar acht ongetrouwde vrouwen onder.18 Taylor zag in hen een krachtige mogelijkheid om juist daar binnen te komen waar mannen geen toegang hadden.
In 1879 was het aantal vrouwen voor de CIM vertienvoudigd.19 De 25-jarige Emily Blatchley vertegenwoordigde Taylor in Engeland in 1870. ‘Hij maakt je bewust van Zijn inwoning en algenoegzaamheid. In Jezus Christus is geen man of vrouw, zodat je gedreven door Hem en handelend voor Hem, geen vrouw bent om op de achtergrond te blijven, teruggetrokken en stil, maar je bent Zijn instrument, geroepen Hem te vereren.’20
In 1863 was de Church Missionary Society (CMS) nog steeds tegen vrouwen op deze posities.
 
‘Full flowering’
Gaandeweg de tweede helft van de negentiende eeuw kreeg het zendingsvrouw-zijn iets van een beroep, omdat al vrij snel duidelijk werd dat vrouwen zeer nuttig waren in het dagelijks gebeuren op een zendingspost.

Toen aan Adoniram Judson (1788-1850) uit Burma gevraagd werd of hij ook niet getrouwde vrouwen kon gebruiken in de zending antwoordde hij: ‘Ja zeker, een scheepslading vol.’

In Engeland ontstond er na de toespraak van Livingstone, in 1857 in het Britse Parlement, bij velen een groot verlangen om uit te gaan.

De Krim-oorlog maakte duidelijk dat het werk van vrouwen, verpleegsters en evangelisten zo enorm belangrijk was (cf. Florence Nightingale).

In Engeland werd in 1866 de ‘Ladies Association for the Promotion of Female Education among the Heathen’ opgericht, met als doel om vrouwen op te leiden tot onderwijzeressen.
Nu kwam ‘the full flowering of women’s mission’ van de grond.21 Aan het eind van de negentiende eeuw hadden vrouwen een zekere status als onderwijzeressen, artsen en verpleegkundigen.
 
Wij zijn nu blij met geschreven documenten die ze hebben nagelaten. We onderzoeken kritisch hun cruciale rol bij het introduceren van de westerse cultuur in een ander continent en analyseren hun gedachtewisseling en interacties met de mensen onder wie zij werkten.
In een recente studie uit 2010 over anglicaanse vrouwelijke zendelingen heeft Elizabeth Prevost overtuigend aangetoond, dat ‘vrouwen de centrale sleutelfiguren zijn geweest in de verspreiding van een zelfstandige Chinese en Indiase kerk.
 
Geen icoon
Amy Carmichael was een van de honderden vrouwen die tegen het einde van de negentiende eeuw naar het zendingsveld ging. Alleengaand (heel bewust), zoals zoveel vrouwen die tijd, dikwijls aangesproken als ‘zusters’.
Na haar dood werd Amy vergeten in de academische wereld van de zending. In de index van de meeste zendingliteratuur is ze niet te vinden. Ook niet in het boek Great Irish Lives. In Nederland is ze volkomen onbekend. Amy Carmichael? De naam van Amy Winehouse is meer bekend. Deze wereld richt zich op kometen en niet op sterren. In een Australische studie is ze vrij negatief neergezet als een hysterica die niet wachten kon op de wederkomst van Christus en een studie in India zet haar weg als een bevrijdingstheologe.
Ze leefde de essentie van het evangelie en haar visie is een obstakel voor velen die haar niet kunnen volgen op het punt waar zij prioriteit aan gaf. ‘Het kruis van Christus is de attractie’, zo zei ze. Haar leven en haar bezigzijn hadden iets van een provocatie. Zij ging verder dan haar medecollega’s en deinsde er niet voor terug om een al eeuwenoud religieus systeem (devadasi) tot in de wortel aan te pakken. ‘Zijn de dingen zo, dan moet ik er iets aan doen.’22
Weerstanden werden in het geloof overwonnen. Het evangelie is niet comfortabel, want het wijst ons terug naar het kruis. Het werpt al onze eigen paradigma’s omver en duwt ons over de grenzen van onze eigen interesse naar de ander.
Amy’s leven was een leven in opoffering, niet gefocust op haarzelf.23 ‘Make me Thy fuel.’ Toch stond ze nooit in de spotlights, wilde dat ook niet eens. Een vrouw met gevouwen handen, de eer van de levende God op het oog en volkomen blind varen op het Woord van God.
Ze is geen icoon. Gewoon een discipel van Jezus. Wel een, die heel bijbels nuchter de religieuze en missionaire kitsch om haar heen bekeek. Veel zendingswerk zag ze als ‘Spielerei’, waarbij het essentiële van het evangelie niet benoemd werd. ‘She walked the high road.’ Haar dagelijks leven reflecteerde de glorie van God. Ze was sterk onder de invloed van de Keswick Holiness-beweging.
 
Aanpakken
Amy Carmichael zou in1896 in Bangalore (India) als geestelijk verzorger in het ziekenhuis gaan werken voor de anglicaanse Zenana Mission. De Zenana Mission was een zendingsorganisatie bestaande uit vrouwen die onder vrouwen werkten in India en China.
In Bangalore miste ze een werkelijke zendingsdrang. De organisatie was in haar ogen een doel op zichzelf geworden en ze zag niet dat werkelijk geëvangeliseerd werd. Nevendoelen werden zelfstandige zendingstaken, zonder dat sprake was van directe evangelisatie. Die stap was tekenend voor haar.
Ze had een vast doel voor ogen en niemand kon haar daar van af brengen. Ze had een onverzettelijk (stubborn) Iers karakter. Zoals te zien is bij veel vrouwen die in die tijd uitgingen, waren het sterkte karakters, die zich niet lieten tegenhouden door kerkelijke regels.
Afkomstig uit strikt presbyteriale achtergrond, die ze trouwens nooit heeft losgelaten, heeft ze teruggegrepen naar een opzet die correspondeerde met de vroege kerk. ‘I have dropped all denominational labels.’ Het gekruisigde leven was voor haar het kenmerk van het volgen van Jezus. Dat ze van wanten wist blijkt wel uit het gegeven dat zij in 1925 de Engelse theoloog Stephan Neill, die twee jaar met haar in Dohnavur werkte, heeft gesommeerd om te vertrekken.24 Nooit heeft ze zich overigens het leiderschap toegeëigend of is ook maar bekend dat het voor haar een kwestie is geweest.
Vandaag de dag geven vrouwen in India het werk van Amy aan onze generatie terug, want de vrouwen die het werk vandaag doen, waren onder de baby’s die gered werden en groot geworden zijn in Dohnavur.
 
‘Dark deeds’
Het feit dat Amy een vertegenwoordiger was van het koloniale systeem, is in een aantal onderzoeken door aanhangers van een feministische postkoloniale theorie en historische antropologie sterk benadrukt. Zij echter trok haar eigen lijn: geestelijk werk in de context van een theologische en sociale ontwikkeling.
De Dohnavur Fellowship van Amy Carmichael is een unieke co-existentie van geloof en werk, een holistische benadering. Amy Carmichael was een zendingswerker in het centrum van Gods wil. Haar ideeën over zending en opvoeding waren modern voor haar tijd. Ze werd door collega’s beschuldigd bezig te zijn als een soort nieuwlichter, dwars door alle bestaande gebruiken in India.
Het raakte Amy diep toen ze de ‘dark deeds’ in het land ontdekte: de vernedering en misbruik van vrouwen en meisjes. Het devadasi-systeem daar is een eufemisme van misbruik van meisjes naar een leven in de prostitutie.
Eliza Kent schrijft in Converting Women kort over haar werk, maar niet over het devadasi-systeem als verkapte vorm van prostitutie. Dankzij Amy werd de massale geheime kinderhandel onthuld. Ze schreef dit in Things as they are. Eliza Kent echter negeert volkomen wat in dit boek staat. Amy keek achter de schermen en zag daar meer dan de femenologie beschrijft.
Conclusie van velen nu is dat de klassieke zendingswerker zijn tijd heeft gehad. Kent benoemt dat zij zichzelf helemaal gaf voor de mensen in India, maar haar werk wordt nu gezien als een restant van victoriaans zendingswerk uit voorbije tijden.
Zij heeft duidelijk een lijn uitgezet.
Ook vandaag is er het voortgaande misbruik van vrouwen in India en vele andere landen. Sex trafficking, kindprostitutie, gedwongen huwelijk en groepsverkrachting zijn wekelijkse berichten in de dagbladen. Over India gesproken: in de Punjab worden op de 1000 jongens 793 meisjes geboren. Er vindt nog steeds op grote schaal moord plaats op ongeboren meisjes (foeticide) en er is sprake van grove verwaarlozing van meisjes. Slechts vijftig procent van de meisjes in India ontvangt onderwijs.
 
Onbegrensde toewijding
Zendingsvrouwen in het verleden werden gedreven en geïnspireerd door:
1. Puritanisme en methodisme, die de autoriteit van de individuele ervaring en geestelijke gelijkheid benadrukten. Zo kwam het tot persoonlijke en sociale gelijkheid en kwam het ook in zendingskringen binnen.
2. Een sterk theologische betrokkenheid, die we in hun werk terugzien. In hun vaak korte leven brandden ze op voor God. In pionier-evangelisatie, onderwijs en medische zorg gingen hart en hand samen.
3. Wars te zijn van medelijden, dat zochten ze niet. ‘Wij zoeken niet de gemakkelijke weg; het is een grote vreugde dat wij pelgrims en vreemdelingen zijn.25
4. Alles te verlaten voor de zaak van Christus. We zien hen soms op de meest onmogelijke plaatsen, in vijandig of vergeten gebieden die niet op de kaart te vinden zijn. Het geestelijke was de drive in hun leven. ‘Nothing is important but that which is eternal’ (Amy Carmichael).
5. Overtuiging, berouw en gebed; door dienst, zonder eigendunk en door gebed (Eugene Stock).
6. Anderen te redden van het eeuwige verderf, een prominent aanwezig motief. Gods bevel hield tevens Zijn roeping in (Adelaide Locher, die hierbij Markus 16,15 citeert).26
Evangelieverkondiging en sociaal werk ging in het victoriaanse tijdperk samen. Voor ons is het nodig om opnieuw de opofferende toewijding te ontdekken die deze vrouwen hadden, waardoor het mogelijk is geworden dat de negentiende eeuw de eeuw is geworden met de grootste christelijke expansie.
Zij die het meeste van de dingen die de wereld prijst verloren, hadden één ding verkregen dat zij zó hoog achtten, dat al het andere mocht gaan, wanneer ze dit ene maar behouden konden. De relatieve waarde van het tijdelijke en de eeuwigheidswaarden hadden zij geregeld. Geleefd werd uit de woorden van Paulus: ‘Maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel: de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus’ (Filippenzen 3,14). De toewijding en de offerbereidheid kenden geen grenzen.
Baptistenzendelinge Lottie Moon in Noord-China (afkomstig uit het zuiden van de Verenigde Staten, 1873-1912) gaf al haar eten weg aan de mensen om haar heen. Velen in China door haar geïnspireerd door haar voorbeeld. De meeste vrouwen raakten zo verbonden met hun werk dat ze bleven tot het einde van hun leven. Het overgrote deel stierf op het zendingsveld.27
 
Hoge dosis moed
Er was voor jonge vrouwen een hoge dosis moed en geestelijke overtuiging nodig om in de zending te dienen en voor anderen een weg te banen in onbekend gebied. Gemiddeld lag de leeftijd op 25 jaar: hun karakter en fysiek waren dan gevormd.
Hun werk, gemotiveerd door liefde, werd niet altijd gewaardeerd door de lokale bevolking. De verwachtingen van anderen konden ze niet altijd waarmaken en er waren ook niet altijd objectieve criteria om daarop beslissingen te nemen. Helemaal voor ongetrouwde vrouwen die ook nog eens met verdachtmakingen te maken kregen. In het hindoeïsme en boeddhisme staan vrouwen niet zo hoog aangeschreven, vooral ongetrouwde niet. Vanaf hun geboorte zijn ze eigenlijk al niet welkom.
Vrouwen in de zending kregen heel wat uitdagingen te verwerken: zij waren de dochters van de overheersers, kregen te maken met aspecten van veiligheid, lijden, het alleen zijn, niet begrepen worden, tussen thuis ver weg en hun situatie nu, een gevoel van dislocatie, gevaar van aanranding, etc.
Vanaf de jaren twintig van de twintigstee eeuw nam de status van de vrouwelijke zendeling af. Na de Eerste Wereldoorlog zijn de onafhankelijke vrouwenzendingsorganisaties samengevoegd met de grote zendingsorganisaties waarvan het bestuur uit enkel mannen bestond.
Midden jaren vijftig veranderde dit weer. Vrouwen namen in Azië binnen de kerken de plaats in van mannen die vooral na de exodus van de CIM uit China naar het thuisland waren teruggekeerd. In Tamil-sprekende provincies zijn meer vrouwen actief dan mannen en in China waren in 2005 ongeveer achtduizend vrouwelijke evangelisten alleen al in de geregistreerde kerken.
 
Met respect
Amy Carmichael schreef zendingsgeschiedenis. Er ligt vandaag de dag voor vrouwen in de zending een heel veld open om uit liefde tot Christus goed te doen. ‘Op aarde ben je om goed te doen aan de mensen en een graf te vinden voor je eigen lieve ‘ik’. Let the sum of my life be love.’28
Het woord compromis kwam bij haar niet voor! God vraagt om trouw te zijn, niet om compromissen te sluiten. Je hoeft je niet te verontschuldigen dat je vasthoudt aan de bijbelse leer. Ze dacht heel pragmatisch!
Voordat het woord enculturatie in was, hanteerde ze het al. Bij enculturatie worden waarden en normen geïnternaliseerd in een levenslang proces en dit is een voorwaarde voor integratie.
Zij had als stelregel: laat bij alles wat je doet het zendingselement op de voorgrond staan. Ze wierp de cultuur niet omver. De kinderen die onder haar hoede groot werden behielden allemaal hun Indiase namen. Met respect werden de brahmanen benaderd; wel hoorden ze van haar dat ze ‘in het donker’ leefden. Amy Carmichael had een holistische benadering. Ze was praktisch en durfde nieuwe dingen te doen.
Ze hing bijbelteksten aan de muren, tot in het ziekenhuis toe, maar de boodschap daarvan leefde ze in de werkelijkheid van elke dag.
 
Gevoel van urgentie
Haar hele leven demonstreerde een benadering van de zending dat intrinsiek het christelijk geloof en de kennis, geestelijk en sociaal met elkaar verweefde. Dit alles mede door haar grondige kennis van de taal; zo kon ze rechtstreeks evangeliseren.
Veel van wat ze aan zendingswerk om zich heen zag was volgens ‘fancy-werk’, dat bol staat van de frivoliteit.
Zij wilde vrouwen leren hoe kinderen groot te brengen en met ze te bidden. ‘Ik geloof dat alle vrouwen geroepen zijn om spirituele moeders te zijn.’
Veel Zenana-zendingsmensen begonnen eigen instituten op te zetten om vrouwen gedegen onderwijs te geven. Onderwijs eist een vehikel om het evangelie door te geven. Kennis van de cultuur is noodzakelijk, zo vond ze.
Voordat de term multitasken bekend was deed zij al niet anders. Ze werd niet voor niets door de mensen in Dohnavur ‘The Hare’ (de haas) genoemd. Gedreven werd ze door een hoger doel met een gevoel van urgentie: de wederkomst van Christus op handen. ‘It is the climbing that counts.’ Zo bemoedigen wij elkaar in getrouwe dienst voor de glorie van God. Nooit in die 55 jaar is ze met verlof geweest. ‘Een moeder verlaat haar kinderen nooit.’
Amy opent de armen als nu een generatie zoekt naar nieuwe wegen om te bewandelen in de 21ste eeuw: ‘That the sum of all my life be love.’29 Met Edwards30 pleit ik een herwaardering van de victoriaanse zendingsvrouw.
 
Nu 75 procent vrouw
In onze tijd is veel veranderd in de christelijke dienst en zending. Wij leven te midden van de laatste sociale mediahypes in een maatschappij waar de vragen van gender niet meer zo’n issue zijn en mannen en vrouwen in carrière en professie elkaars gelijke zijn. Vrouwen zijn zelfs aan de universiteiten in de meerderheid.
Op de Wereldzendingsconferentie in Edinburgh in 1910 waren van de twaalfhonderd delegatieleden er tweehonderd vrouw. Bij alle afzonderlijke commissies waren enkele vrouwen ‘als hulp voor de commissieleden’. In 2010 zijn de vrouwen in alle commissies aanwezig met dezelfde bevoegdheden en ook de helft van de staf is vrouw.31
Van alle zendingsarbeiders nu is 75 procent vrouw, meestal short term. Ook komen de meesten uit niet westerse landen. Er is de verzuchting van Ajith Fernando (directeur onderwijs van Youth For Christ in Sri Lanka, eerder 35 jaar landelijk directeur): ‘Diskwalificeert het Westen zich van een zendingssturende regio? We zien daarvan nu al de tekenen.’32
In de jaren zestig-zeventig ontstond er een nieuwe golf van vrouwenbeweging – ook in de wereld van de zending. Vrouwen voelden zich geknecht. In 1928 was er nog een speciale vrouwenzendingsmissiologie, tien jaar later werd deze opgenomen in de algemene missiologie.33
Friedan schreef in 1963 The Femimine Mystic, waarin veel Amerikaanse vrouwen werd voorgehouden dat ze zich moesten bevrijden van het juk van kerkelijke overheden. Er kwam de strijd voor gelijkheid van alle ambten in de kerk. In Indonesië werden ze partners in de ontwikkeling van het land en ook in China gingen ze buitenshuis werken. In Korea is echter nu nog de klacht van vrouwen in de kerk, dat ze alleen worden ingezet voor ‘cleaning and cooking’.34 Daar wordt niet over de patriarchale context heen gekeken.
 
‘Krachtcentrales’
In het proces van leren zijn wij erg langzaam. Het heeft een tijd geduurd voordat wij in Europa gezien hebben de terughoudendheid en starheid om de houding van mannen en vrouwen in andere culturen en geloofsbelevingen te begrijpen. Vrouwen zijn dikwijls veel sensitiever geweest om de behoeften van hun zusters in andere landen te begrijpen.
Zij die honderdvijftig jaar geleden gingen – en nu gaan – oefenen vaak een impliciete macht uit. De invloed en de impact van hun werk, dat wordt aangeduid als ‘inventief, met totale overgave en doortastend’35, maken dat hun invloed nog vele tientallen jaren later binnen het land waar zij gewerkt hebben bekend is. Door hun leven en dienst hebben zij het recht om vandaag gehoord te worden.
 
‘Zij zijn enkele van de schitterende diamanten in de zendingshistorie’ (Kent), en laten een werk en herinnering achter dat niet zal sterven en een werk voor God dat niet vernietigd zal worden.36
 
Vrouwen in de zending zijn rijke en nog niet aangeboorde goudmijnen – krachtcentrales van zegen en gaven voor de kerk, kracht en sterkte voor de broeders en bijzonder goed voor de wereld.37
 
 
Noten

1 IAM International, People and Places. Directory of people in Africa & Europe, Nottingham (UK), 2018.

2 ‘Het zijn hoofdzakelijk mannen geweest waardoor de dwalingen in de kerk gekomen zijn.’ R. Tucker, Daughters of the Church, 1987, 436.

3 Dana L. Robert, American Women in Mission, XX.

4 D.M. Brown, Setting a Course: American Women in the 1920s, Boston: Twayne Publishers, 1987, 172.

5 Zie de studies van Robert, Adeney, Griffiths, Tucker, James, Severance, Brewington.

6 ‘God sends us to the heathen for two purposes, to do them good, and to find a grave for a good self.’ A. Carmichael, From Sunrise Land. Letters from Japan, London, 1895, 119.

7 ‘A striking example of utterly devotion and love is seen in the life and death of the missionary doctor Eleanor Chestnut. When asked about the scars on her leg she had brushed the question aside, but later on a nurse revealed that a skin graft for the ‘good-for nothing coolie’ had come from the doctor’s own leg.’ In: J. & M. Hefli, By their Blood: Christian Martyrs of the 20th Century, Milford, Mich., 1997, 46. ‘Before she was martyred in 1905 her final act of service was to rip a piece of material from her own dress to bandage an injured child.’ In: R. Speer, Servants of the King, New York, 1909, 108-109.

8 Memoirs of British Female Missionaries (1841), quoted in: Western daughters in Eastern Lands, XX.

9 Robert, American Women in Mission, XVII.

10 Cf. Jennifer, een zestiger, terug na veertig jaar in India, die nu in haar onderhoud moest voorzien om ons Engelse les te geven.

11 Tucker, Daughters, 301.

12 Barret Montgomery, Western Women in Eastern Lands, 188.

13 Margaret King (China); Amy Carmichael (India); Mary Schlessor (Calabar, West-Afrika); Mildred Cable; Francesca and Eveline French (China); Lilias Trotter (Algerije).

14 Cf. John Panell (Latakia); Karl Pfander (Shushi/ Baghdad); Henry Groves (Chittoor, India); Hudson Taylor (China).

15 In: A. Carmichael, Walker of Tinnevelli, London, 1916, 149. In China zijn graven van zendelingen met daarom heen een aantal graven van de vrouwen met wie zij getrouwd zijn geweest.

16 In: Nothing less than anything, 2004, 323.

17 In: A.J. Broomhall, Assault on the Nine, 1988, 233.

18 Cf. all the names of this party, in: A.J. Broomhall, Survivors’ Pact, Book four of Hudson Taylor & China’s open Century, London, 1984, 155.

19 In: A.J. Broomhall, Assault on the Nine, 234. For an overview of the women’s work of the CIM in the 2nd half of the 19th century, see: A.J. Broomhall, ‘Women Inland’, in: Assault on the Nine, 232-251.

20 In: A.J. Broomhall, Assault on the Nine, 233.

21 This expression is in: E.F. Kent, Converting Women, 92.

22 Frank L. Houghton, Amy Carmichael of Dohnavur, Fort Washington, CLC, 85.

23 Carolyn Custis James, Half the Church, 170.

24 De reden hiervoor is in mijn boek aangegeven.

25 Jennie Hudson Taylor writing to her parents after being one year in China. In: P. Thompson, Each to Her Post, London: Hodder & Stoughton, OMF, 1982, 61.

26 Canfield, 2015, 33.

27 R. Pierce Beaver, Missonary motivation through three centuries, 1968, 57.

28 Edges on His way, 134.

29 Edges on His way, 134.

30 Cf. Edwards, Christian England, vol. 3.

31 Brian Stanley, The World Missionary Conference, Edinburgh 1910; Eerdmans 2009, 73, 313.

32 A. Fernando, An Authentic Servant, 2nd ed., Singapore, 2001, 25.

33 Robert, American Women in Mission, XVIII.

34 Robert (ed.), Gospel Bearers, Gender Barriers, 188.

35 In: E.F. Kent, Converting Women, 103.

36 Een theologiestudent in Kenia zei ons in 2015 over de zendingsverpleegkundige Rie Staal: ‘Uit liefde voor Christus en de mensen gaf ze een toekomst aan de blinden en kreupelen, zodat ze hun eigen kost konden verdienen.’ Rie Staal is overleden begin jaren ‘80 in Kenia bij een auto ongeluk bij Kitale. Ze is begraven in Lokichar in Turkana waar haar werkgebied was.

37 Curtis James, Half the Church, 159.

 

 

— Hans (dr. J.) Kommers is emeritus predikant in de Protestantse Kerk in Nederland en sinds 2010 professor extraordinary aan de North West University in Potchefstroom. Hij is uitgezonden geweest door de GZB als zendingspredikant naar Kenia en Mozambique.


- Dit artikel verscheen eerder in verkorte versie in TussenRuimte 2018 | 4 Geloven in de marge

Reacties

Er zijn nog geen reacties op deze blog

Reageer op deze blog


Verplicht maar verborgen