CT: Is het begrip “unreached people groups” nog bruikbaar?

Al zo’n 50 jaar wordt in de zending veel gesproken over unreached people groups, maar het begrip is volgens sommigen achterhaald. Kunnen we nog wel zeggen dat een bevolkingsgroep “onbereikt” is met het evangelie, als mensen zoveel sterker met elkaar verbonden zijn door technologische ontwikkelingen en door migratiepatronen? Doet de term wel recht aan inheemse kerken wereldwijd? Moeten we nieuwe begrippen en metaforen zoeken? Is een wafel misschien een betere metafoor…? In Christianity Today (november/decembernummer 2025) stond een discussie over deze vragen, die hieronder wordt samengevat.

Ralph Winter

Het begrip unreached people groups (UPGs) is door sommigen omschreven als misschien wel het belangrijkste innovatieve concept in de missiologie van de vorige eeuw. De term gaat terug op het werk van de Amerikaanse missioloog Ralph Winter en het werk van de Lausanne Strategy Working Group. Het onderscheiden van etno-linguïstische bevolkingsgroepen heeft veel te maken met een uitleg van de “zendingsopdracht” in Matteüs 28:18-20, waarin “alle volken” tot leerlingen gemaakt moeten worden. Waar de Hebreeuwse Bijbel al verkondigt dat de einden der aarde God zullen loven, zien we dat in Lukas en Handelingen en bij Paulus de verspreiding van het evangelie geografisch wordt geduid. In het evangelicale gebruik van de term UPGs wordt het gedefinieerd als een etno-linguïstische groep waar evangelicale christenen minder dan twee procent van de bevolking uitmaken.

Hybride identiteiten

Chris Howles van Oak Hill College in Londen stelt in een artikel in CT dat de term UPGs achterhaald voelt, omdat de wereld in vijftig jaar tijd zo sterk is veranderd. Het aantrekkelijke van de term UPG is zijn eenvoud. Het communiceert urgentie en kansen, voedt het gebed en inspireert tot actie: bid, geef en ga, in het bijzonder gericht op het “10/40 window”, nog zo’n eenvoudig geografisch raamwerk. Maar er ontstaan problemen als een bruikbaar instrument een rigide raamwerk wordt, vooral als het bepalend wordt voor de verdeling van middelen en de vorming van strategie. Anders dan vijftig jaar geleden woont meer dan de helft van de wereldbevolking nu in steden en wonen meer dan 300 miljoen mensen als internationale migranten verspreid over de wereld. In steden vermengen culturen, verschuiven identiteiten en ontstaan micro-gemeenschappen langs andere lijnen dan alleen taal en etniciteit. De vorming van meer hybride identiteiten van mensen hangt ook samen met de technologie-gedreven globalisering, waardoor we een ander begrip krijgen van mensen en plaatsen. Taalbarrières krijgen een andere betekenis waar AI vertaling steeds meer beschikbaar is. Al deze ontwikkelingen vormen volgens Howles een uitdaging voor het UPG-paradigma. Zendingsstrategieën die rigide gebruik blijven maken van vaststaande categorieën van mensen en plaatsen missen misschien nieuwe relationele en culturele wegen waarlangs mensen tot geloof komen. De activiteiten van digitale zendingswerkers kunnen bijvoorbeeld de definitie van “onbereikt”  herschrijven. We hebben een rommeliger missiologie nodig, besluit Howles. Als het denken in termen van UPGs ons ooit urgentie en helderheid verschafte, hebben we vandaag flexibiliteit en verbeelding nodig.

Rol van inheemse kerken

Samuel Law, als missioloog verbonden aan Singapore Bible College, schrijft dat we een nieuwe metafoor nodig hebben om de dynamiek en fluïditeit van missie vandaag te beschrijven. De groei van de missie in de meerderheidswereld onderstreept het belang van lokale zending en bepaalt ons erbij dat we de wereld niet meer kunnen verdelen in “bereikt”  en “onbereikt”. Voorstanders van het begrip UPGs beklagen zich vaak dat maar één procent van de zendingswerkers werkt te midden van minst-bereikte bevolkingen in de wereld. Maar deze statistiek schept een vals beeld van het missie-landschap van vandaag, schrijft Law: het erkent niet de rol van inheemse kerken en hun leden door de hele zendingsgeschiedenis heen. Niet individuele (westerse) zendelingen waren de drijvende krachten in zending, maar kerken, zoals beargumenteerd door kerkhistorica Dana Roberts. Veel kerken in de meerderheidswereld zijn minderheden in hun omgeving. Deze christenen ontmoeten de “onbereikten” in hun dagelijks leven. Lokale kerken verspreiden het evangelie door om te zien naar hun buren en goed werk te doen. Het uitzenden van westerse zendingswerkers is minder urgent dan voorheen, omdat 21-eeuwse kerken in de meerderheidswereld nu de middelen, methoden en motivatie hebben om hun buren te bereiken. Nu kerken in vrijwel elke geografische regio ter wereld gevonden worden, heeft de term unreached people groups zijn betekenis verloren, stelt Law. Als we deze ontwikkeling niet onder ogen zien scheppen we een geromantiseerd beeld van zendelingen, waarbij we gefocust zijn op de “einden der aarde” in Handelingen 1:8, maar ons eigen “Jeruzalem” negeren. Het traditionele beeld dat onbereikten alleen in de meerderheidswereld gezocht moeten worden verraad een westers vooroordeel, want ook het westen wordt opnieuw onbereikt.

Nu kerken in vrijwel elke geografische regio ter wereld gevonden worden, heeft de term unreached people groups zijn betekenis verloren, stelt Law.

De Wafel-metafoor

Om voorbij te komen aan het binaire onderscheid tussen bereikt en onbereikt en om een multidirectional benadering van missie te illustreren, gebruikt Law liever de wafel als metafoor. Het beeld verwijst naar de begrippen verspreiden en vervullen, zoals gevonden in Genesis 1, in de verovering van Kanaän in het boek Jozua en in Handelingen. Dankzij het historische proces van de verspreiding van het evangelie hebben we een bestaand wereldwijd christelijk netwerk, met kerken als het verhoogde raster van een wafel. Wat nu het meest nodig is, het is vullen van de gaten tussen dit raster van de wafel: die delen van de wereld met weinig of geen actieve christelijke missie. Deze gaten zijn de onbereikte mensen in onze buurten en steden die afgesloten zijn van de boodschap van het evangelie. Kerken kunnen dienen om deze gaten te vullen met de gouden siroop van alles wat God ons heeft gegeven, door aandacht te hebben voor “the lost, the least and the last”.

Willem van der Deijl

Christianity Today is alleen te lezen voor abonnees.

Foto: Pixabay