Gen Z in christelijke migrantengemeenschappen 

Van paplepel naar Godfidence

Niemand kan het gemist hebben: de mediaberichten dat Gen Z, jongeren van 14 tot 28 jaar, meer open staan voor het christelijke geloof. De indruk bestaat dat dit vooral een post-seculier verschijnsel is: jongeren die zonder religie zijn opgegroeid tonen daar nu belangstelling voor. Ook in sommige internationale en migrantenkerken in Nederland komen recentelijk meer jongeren naar de kerk – soms honderden [i]. De vraag is wat daar exact gebeurt: christenen met een migratieachtergrond voeden hun kinderen immers al christelijk op, dus hoe komt het dat bepaalde kerken nu zo groeien?

In dit artikel zal ik ingaan op actuele dynamieken rondom Gen Z in protestantse migrantengemeenschappen in Nederland. Deze gemeenschappen groeien als gevolg van migratie en het Nederlands christendom wordt steeds multicultureler, maar op langere termijn gaat het uitmaken of jongere generaties – zeg – seculariseren of juist succesvolle zendelingen worden. Meer inzicht in deze ontwikkelingen is dan ook cruciaal. Ik baseer dit artikel op onderzoek naar intergenerationele ontwikkelingen binnen migrantenkerken in de Verenigde Staten, in combinatie met veldwerk in Nederland.

Effect van intergenerationele dynamieken op migrantenkerken

Nederland kent zo’n 1.200 migrantenkerken, waarvan 900+ protestants (inclusief evangelische en pinksterkerken). Een groot deel hiervan is gesticht door eerste generatie christenen met een migratieachtergrond. In 2012 schreef het SCP over deze kerken: ‘Of het om passanten op de godsdienstige markt gaat, die op den duur zullen verdwijnen omdat ze opgaan in autochtone kerken of omdat de secularisatie ook de migrantenkerken in haar greep krijgt, zal de toekomst moeten uitwijzen’ [ii]. Dit citaat impliceert twee verwachte ontwikkelingen: secularisatie en/of assimilatie. Volgens deze redenering worden migrantenkerken opgericht om tegemoet te komen aan de behoeften van de eerste generatie immigranten van een bepaalde etniciteit. In een tweede fase maken deze kerken veranderingen door en worden tweetalig. In de derde fase vindt structurele assimilatie plaats. De aantrekkingskracht van eerste generatie kerken neemt af, omdat jongere generaties dermate geassimileerd zijn dat hun behoeften even goed kunnen worden vervuld binnen andere kerken, of omdat ze seculariseren [iii]. Het blijken one generation churches te zijn geweest.

Voortdurende migratie en moderne informatietechnologie faciliteert blijvende verbondenheid met land van herkomst en met transnationale diasporagemeenschappen.

De praktijk houdt zich zelden aan deze theoretische levenscyclus. Voortdurende migratie en moderne informatietechnologie faciliteert blijvende verbondenheid met land van herkomst en met transnationale diasporagemeenschappen. Bovendien gaat assimilatie uit van een meerderheidscultuur waarin nieuwkomers zouden moeten integreren, terwijl hedendaagse westerse metropolen dermate divers zijn dat de dagelijkse lokale context vaak geen meerderheid meer kent [iv].

Op basis van hun onderzoek onder Koreaans-Amerikaanse kerken beschrijven Kim en Kim vijf mogelijke ontwikkelingen onder migrantenkerken [v]:

  1. ethnic-retention model. De kerk behoudt een etnische identiteit en focus op het behoud van de oorspronkelijke cultuur en taal.
  2. de facto congregational model of transition. De kerk start naast de hoofddienst een tweede gemeenschap met eigen diensten in de taal en stijl van de jongeren.
  3. “assimilated” or accommodated church model. De kerk maakt een geleidelijke transitie door naar een meer gemengde, multiculturele geloofsgemeenschap.
  4. independent panethnic congregations. Er ontstaan kerken op basis van een door de samenleving geconstrueerde, geïnternaliseerde panetnische identiteit (bijv. ‘zwarte’ of ‘Aziatische’ kerken).
  5. newly formed hybrid churches. Jongeren van de tweede generatie richten hun eigen kerken op.

Dit onderzoek komt uit de Verenigde Staten. In hoeverre is dit ook van toepassing op Nederland? Alle bovenstaande modellen herken ik in Nederlandse migrantenkerken, behalve de panethnic congregations – wellicht dat de Amerikaanse en Nederlandse context daarvoor te zeer verschillen. In de volgende paragraaf zal ik de zojuist beschreven literatuur aanhouden tegen bevindingen uit de Nederlandse context.

Ontwikkelingen in Nederlandse migrantenkerken

Mits een gemeenschap voldoende omvang heeft, kunnen kerken zich volgens het ethnic-retention model ontwikkelen. Door een continue instroom van nieuwe immigranten kan een eerste-generatie-kerk zelfs generaties lang blijven bestaan. Door het aanbod af te stemmen op de behoeftes van de eerste generatie, doet zo’n kerk waar ze goed in is: het bieden van een home away from home aan de eerste generatie. Tegelijkertijd kan dit leiden tot een gebrek aan aansluiting bij de tweede generatie waardoor die stilletjes verdwijnt [vi]. Somsslagen deze kerken er wel in om multigenerationeel te worden, al is mijn (bescheiden) indruk dat orthodoxe kerken hier beter in slagen dan protestantse migrantenkerken (vermoedelijk vanwege de diversiteit van het protestantisme waardoor van kerk veranderen gemakkelijker is).

Jongeren beschrijven de kerkgemeenschappen waarin ze zijn opgegroeid vaak als ‘familie’: ‘ik ben in die kerk geboren’. Dat is niet puur bij wijze van spreken: de kerk lijkt echt de rol van extended family te vervullen: ‘de moeders in de kerk zijn mijn moeders’, ‘ik voelde me niet anders dan de [biologische] zoon van mijn pastor. Ik zag hem zo vaak, terwijl mijn biologische familie in het buitenland woont’. Vanwege deze hechte gemeenschappen waarin mensen lief en leed met elkaar delen en kinderen het geloof met de paplepel meekrijgen, kiezen protestantse kerken vaak voor het de facto congregational model of transition. Binnen hetzelfde kerkverband starten separate bijeenkomsten of een separate kerk voor en door jongere generaties. Op die manier biedt de kerk haar jongeren een eigen plek, binnen de vertrouwde kaders en onder enig toezicht en mentoring. Omdat de jeugd meestal op andere tijden samenkomt dan de reguliere diensten van de ouders, kunnen ze beide combineren: vrijdag of zaterdag naar de jeugdkerk, zondag naar hun ouders’ kerk. Het kan ook gebeuren dat de tweede generatie leiderschapsposities binnen hun ouders’ kerk gaat bekleden en uiteindelijk het leiderschap overgedragen krijgt.

Zodra de tweede generatie de leiding krijgt, gaan er dingen veranderen. Ze vervangen de herkomsttaal door het Nederlands, diversifiëren het muziekrepertoire en preken over dingen die in Nederland gebeuren. Ouderen kunnen deze veranderingen als een gemis ervaren, maar zo’n kerk heeft wel meer potentie om andere groepen aan te trekken, die vaak niet alleen jonger, maar ook meer divers zijn [vii]. Zo kan dit uitgroeien tot een “assimilated” or accommodated church.

Soms starten jongvolwassenen eigen, onafhankelijke kerken. Zij ervaren de roeping om God te dienen op een manier die aansluit bij hun context, en ervaren daarvoor binnen hun ouders’ kerk onvoldoende ruimte. Soms worden ze in goede harmonie uitgezegend, soms niet. Soms gaat een hele jongerengroep onder leiding van de jeugdpastor zelfstandig verder. Deze newly formed hybrid churches zijn plekken waar op een creatieve manier invulling wordt gegeven aan ervaringen van hybriditeit. Dit trekt biculturele jongeren en gemengd gehuwde koppels aan. Het zijn ook plekken waar geëxperimenteerd wordt met cultuur: de culturen van herkomstlanden van hun ouders vermengd met Nederlandse en Amerikaans-evangelische invloeden en de toegenomen populariteit van Afrobeats.

Tot slot zijn er wel kerken die tekenen vertonen van een one generation church. Als ze er niet in slagen jongere generaties aan zich te binden, geen mensen van buiten de eigen gemeenschap trekken, en nieuwe immigratie uit hun land van herkomst uitblijft, zouden ze langzaam kunnen verdwijnen.

Weg uit de internationale kerken

Sommige jongvolwassenen vertrekken uit de kerk waarin ze zijn opgegroeid. Veelgehoorde redenen zijn persoonlijke groei en geloofsontwikkeling. Jongvolwassenen geven aan dat ze in hun ouders’ kerk geen antwoorden krijgen op vragen die voor hen belangrijk zijn, en in sommige kerken hebben oudere generaties weerstand tegen veranderingen.

Waar gaan deze jongvolwassenen dan naartoe? Ze komen vaak bij (andere) evangelische en pinksterkerken terecht. Dat kunnen kerken zijn die door autochtone christenen zijn opgericht, of internationale kerken die wel de aansluiting met jongere generaties weten te vinden. Je ziet hier ook evangelicalisering binnen de migrantenkerken: jongeren met migratieachtergrond die zijn opgegroeid in mainstream protestantse, katholieke, of orthodoxe migrantenkerken trekken richting evangelische en pinksterkerken.

Jongvolwassenen haken ook af. Hoewel secularisatie een vorm van integratie in de dominante seculiere samenleving zou zijn, lijkt daar toch relatief weinig sprake van. Ze gaan niet allemaal naar een kerk, maar dat betekent niet dat ze ophouden te geloven [viii]. Wel zijn er jongvolwassenen die als gevolg van groeiende bewustwording over en confrontatie met het koloniale- en slavernijverleden zich afwenden van het christendom en ‘terugkeren’ naar het geloof van hun voorouders.

En toch: een nieuwe opleving?

Het is duidelijk dat de dynamiek in protestantse migrantengemeenschappen groot is. Maar is er sprake van groei en in welke vorm dan? Kwantitatieve data zijn er niet, en dat er veel verschuivingen in kerkgang plaatsvinden is helder. Een hoog aantal dopelingen is lastig te interpreteren zonder aanvullend onderzoek: in kerkgemeenschappen waar volwassendoop norm is kan dit ook een demografisch effect zijn van een specifieke migratiegolf in de jaren ‘90, waarvan de nakomelingen nu de leeftijd bereiken waarop ze ervoor kiezen zich te laten dopen. Om meer inzicht te krijgen heb ik daarom gesprekken gevoerd met pastors, met jongvolwassenen, kerken bezocht die momenteel een groeiend aantal twintigers trekken, en online onderzoek gedaan. Op basis hiervan zijn er een aantal ontwikkelingen te herkennen.

Jongeren identificeren zich met deze voorbeeldfiguren, die als een soort grote broer of zus voor hen zijn, hen voor zijn gegaan op dezelfde levensweg tussen culturen in.

Inderdaad groeien sommige internationale kerken momenteel hard doordat er veel jongeren binnenkomen. Dit zijn vaak kerken geleid door millennials met een tweede of latere generatie migratieachtergrond (al dan niet naar voren geschoven door eerste-generatie-kerken). Jongeren identificeren zich met deze voorbeeldfiguren, die als een soort grote broer of zus voor hen zijn, hen voor zijn gegaan op dezelfde levensweg tussen culturen in. Ze voelen zich daardoor begrepen en gesteund.

Jongeren die nieuw binnenkomen zijn vaak seculier opgevoede autochtone jongeren, jongeren met een migratieachtergrond die als nominale christenen zijn opgevoed (bijv. katholiek gedoopt maar meer niet), of jongeren die eerder waren vertrokken uit hun ouders’ kerk en nu terugkomen. Zij gaan niet terug naar hun ouders’ kerk, maar naar een kerk die past bij hun eigen keuze. Tot slot zien respondenten dat jongere generaties ook groeien qua persoonlijk commitment en inzet voor het geloof.

Behalve niet-christenen die christen worden, lijkt een deel van het verhaal dus te gaan over jongere generaties die meer of opnieuw gecommitteerd raken. Wat zouden redenen hiervoor kunnen zijn? Een aantal zaken (in willekeurige volgorde) vallen op uit mijn gesprekken en bezoekjes.

Jongeren zijn opgegroeid in een periode met crisis na crisis. De confrontatie met ellende, die via social media ongefilterd binnenkomt, triggert zingevingsvragen en de behoefte aan een plek waar ze standvastigheid en liefde ervaren. Het geloof vergroot hun mentale weerbaarheid, vervult een leegte die ze ervaren, en geeft hun leven een doel. De coronaperiode speelt een speciale rol. In de eenzaamheid van lockdowns ontstond een urgentie om te reflecteren over de zin van het leven. Speculatie over het einde der tijden dat nabij zou zijn dwong jongeren om keuzes te maken.

Bekende christelijke rolmodellen die zich publiekelijk uitspreken voor hun geloof bemoedigen jongeren. Een zekere vrijmoedigheid van spreken die er van huis uit al was wordt hierdoor meer genormaliseerd in het publieke domein, en dat werkt aanstekelijk. Naast de bekende voetballers die naar internationale kerken gaan, wordt ook Frenna [ix], die in 2024 in een volle Ziggo Dome over zijn relatie met Jezus sprak, meermaals genoemd als impactvol voorbeeld.

Bekende christelijke rolmodellen die zich publiekelijk uitspreken voor hun geloof bemoedigen jongeren.

Social media bieden jongeren ruimte om levensstijlen te verkennen en hun stem te laten horen. Er is content die je zou kunnen classificeren als missionair, diaconaal of pastoraal. Jongeren delen een bemoedigend woord uit de Bijbel of hoe het geloof concreet hun leven heeft veranderd. Ze tonen hoe je naastenliefde kunt toepassen door je te bekommeren om mensen in nood zoals daklozen of eenzamen, en hoe apologetische discussies te voeren met andersgelovigen. Sommigen maken semi-grappige, liefdevol-kritische sketches over hoe het is om opgevoed te worden door een ‘typisch Afrikaanse/Arabische/Caribische/Indiase/etc.’ moeder of vader.

Kerken zijn bronnen van religieus, sociaal en cultureel kapitaal. Jongeren komen naar jongerenbijeenkomsten omdat dat plekken zijn waar ze elkaar kunnen bemoedigen om vast te houden aan hun geloof in deze seculiere samenleving. Het zijn plekken om geschikte huwelijkspartners en nuttige tips voor je beginnende carrière te vinden. Offline en online delen jongvolwassenen hun professionele expertise met elkaar, variërend van christelijke psychologen, sollicitatie-coaches, duurzaamheidsexperts tot schoonheidsspecialisten. Voor kinderen van migranten is dit van extra belang, omdat ouders van de eerste generatie hun vaak minder vangnet kunnen bieden doordat zij zelf niet in Nederland zijn opgegroeid. De tweede generatie moet daardoor veel dingen zelf uitzoeken waar autochtone jongeren vaker meer hulp vanuit hun ouders krijgen. Via de kerkelijke banden steunen ze elkaar in die zoektocht.

Tot slot

Eén ding is duidelijk: migrantenkerken zijn geen ‘passanten op de godsdienstige markt’. Het zijn kerken die zichzelf vaak (ook) als Nederlandse kerken beschouwen: ‘We’re not a migrant church, we’re not going anywhere’ [x]. Sterker nog, ze hebben ambities om de Nederlandse samenleving te transformeren. Waar eerste generatie kerkleiders in de praktijk zelf vanwege taal- en cultuurbarrières beter gepositioneerd zijn voor internal mission, het uitreiken naar land- en taalgenoten, delegeren velen het missionair uitreiken naar autochtone Nederlanders daarom aan hun kinderen. Sommige kerken leiden hun jeugd bewust hiertoe op [xi]. Onderwijs en mentoring zijn daarbij van belang, zoals iemand zei: ‘om te voorkomen dat je heel fanatiek wordt maar onvoldoende bagage en levenswijsheid hebt om je geloof op weldoordachte wijze te delen met anderen.’

De dubbele opdracht die jongeren meekrijgen is helder: vasthouden aan hun religieuze identiteit en succesvol zijn in de Nederlandse samenleving. Dat laatste is (behalve een verzekering voor de oudere generaties) een missionair streven: om via invloedrijke posities het land ten goede te kunnen beïnvloeden. Aan beide doelen wordt met veel energie, creativiteit en Godfidence (een diepe geestelijke zekerheid geworteld in het vertrouwen op Gods kracht, beloften en doel) gewerkt [xii].


[i] Grant, Madelon. 2025. ”Nederlandse christenen met een niet-westerse migratieachtergrond”. In Religie en Samenleving Vol. 20 Nr. 3, geredigeerd door Joris Kregting en Welmoed Wagenaar. Radboud University Press, 99.

[ii] De Hart, Joep. 2012. Geloven binnen en buiten verband: Godsdienstige ontwikkelingen in Nederland. Sociaal en Cultureel Planbureau, 111.

[iii] Kim, Sharon. 2010. A Faith of Our Own: second-generation spirituality in Korean American churches. Rutgers University Press, 163-164.

[iv] Kim, 12 en 14.

[v] Kim, Sharon en Rebecca Y. Kim. 2012. ”Second-Generation Korean American Christians’ Communities: Congregational Hybridity”. In  Sustaining Faith Traditions. Race, Ethnicity, and Religion among the Latino and Asian American Second Generation. Geredigeerd door Carolyn Chen en Russell Jeung.  New York University Press, 177-179.

[vi] Lee, Helen. 1996. “Silent Exodus: Can the East Asian church in America reverse the flight of its next generation?”, in Christianity Today.

[vii] Ik ken o.a. voorbeelden van dergelijke van oorsprong Caribische, Afrikaanse en Molukse kerken.

[viii]  Grant, Madelon. 2025. ”Nederlandse christenen met een niet-westerse migratieachtergrond”. In Religie en Samenleving Vol. 20 Nr. 3, geredigeerd door Joris Kregting en Welmoed Wagenaar. Radboud University Press, 93-94.

[ix] Frenna was in 2025 de meest gestreamde artiest op Spotify in Nederland. Zie ook: ’Rapper Frenna vertelt tijdens zijn grootste show ooit in Ziggo Dome over Jezus’ (Revive 4 dec 2024) en ’Gebed van Frenna in Ziggo Dome raakt jongeren: “Hele atmosfeer was anders”’ (Revive 9 dec 2024), geraadpleegd 7 februari 2026.

[x] Citaat Alexander Emoghene, voorganger Claypot Church International in Capelle aan den IJssel.

[xi] Danielle Philips-Koning. 2011. Importing God. The Mission of the Ghanaian Adventist Church and Other Immigrant Churches in the Netherlands, 151.

[xii] Dank aan Gaetan Mbwete, Cecile Appiah, Hedwig Komproe en alle anderen voor het delen van hun ervaringen en feedback op dit artikel.