Een jaar nadat de VS haar ontwikkelingsagentschap Usaid abrupt hebben ontmanteld, waarschuwen hulporganisaties voor de gevolgen voor gemeenschappen over de hele wereld. Volgens berekeningen op basis van modellen van Boston University vielen sinds de besparingen al meer dan 600.000 doden, van wie twee derde kinderen, zegt de Belgische organisatie 11.11.11 (koepel van internationale solidariteit). In het (goed gedocumenteerde) rapport ‘America first. Menselijkheid laatst’ beschrijft 11.11.11 enkele concrete gevolgen van die beslissing op het terrein.
In het afgelopen kwart eeuw leverden de Verenigde Staten gemiddeld 25 procent van de wereldwijde officiële ontwikkelingssamenwerking. Juist daarom zijn de gevolgen van het schrappen ervan zo ingrijpend. Eén jaar nadat deze investering tot vrijwel nul werd herleid, is die tol duidelijk zichtbaar. Niet in abstracte termen, maar in mensenlevens. De cijfers zijn onthutsend. Wat jarenlang als abstract beleid werd beschouwd, vertaalt zich vandaag in meetbare sterfte.
• The Lancet berekende dat de Amerikaanse besparingen op ontwikkelingsprogramma’s tegen 2030 kunnen leiden tot 14 miljoen extra doden. Tel je daar de Europese besparingen bij – in landen zoals Frankrijk, Duitsland, Nederland en België – dan loopt het dodental op tot 22,6 miljoen tegen 2030, volgens het Barcelona Institute for Global Health.
• Uit analyse van Oxfam International blijk dat door de ontmanteling van USAID elke 40 seconden een kind onder de vijf jaar kan sterven tegen 2030.
• Recente projecties van Boston University op basis van epidemiologische modellen die uitgaan het uitblijven van alternatieve financiering tonen dat de ontmanteling van USAID vandaag al een massale menselijke tol eist: naar schatting zijn sinds het stopzetten van de financiering al meer dan 600.000 mensen overleden, twee derde van hen kinderen. Het gaat daarbij niet om verre toekomstscenario’s, maar om doden die vandaag vallen doordat bestaande programma’s abrupt werden stopgezet.
Doelbewust ontmantelen
Die cijfers staan in schril contrast met wat Amerikaanse ontwikkelingssamenwerking de voorbije decennia heeft betekend. Volgens onderzoekers van Harvard heeft USAID tussen 2001 en 2021 bijgedragen aan het redden van naar schatting 92 miljoen mensenlevens wereldwijd. Die impact is vooral toe te schrijven aan investeringen in basisgezondheidszorg, vaccinatieprogramma’s, hiv- en tuberculosebehandeling, moeder- en kindzorg en toegang tot schoon water. Het huidige verlies aan mensenlevens is dus niet alleen het gevolg van nieuwe crisissen, maar van het doelbewust ontmantelen van systemen die decennialang bewezen hebben levens te redden.
Brandhaarden in de toekomst
De gevolgen van het wegvallen van USAID zijn vandaag al voelbaar. Maar minstens even verontrustend is wat deze ontmanteling betekent op middellange en lange termijn. Wat nu wordt afgebroken, laat effecten na die zich jarenlang zullen laten voelen, en die niet teruggedraaid kunnen worden. Wat vandaag wordt gepresenteerd als een budgettaire of politieke heroriëntatie, dreigt zich morgen te vertalen in structurele instabiliteit, toenemende ongelijkheid en verzwakte samenlevingen. De kosten daarvan zullen niet alleen gedragen worden door de meest kwetsbaren, maar uiteindelijk ook door de internationale gemeenschap als geheel.
Ontwikkelingssamenwerking is geen heilig huisje en mag kritisch worden bevraagd, schrijft 11.11.11. Ook USAID was niet zonder kritiek: kwesties rond gelijkwaardigheid ten aanzien van internationale partners, de verwevenheid met Amerikaanse belangen en efficiëntie lieten soms te wensen over. Maar simpelweg ontmantelen is geen antwoord op haar tekortkomingen. Dat is destructie. Het vergroot humanitaire noden en ongelijkheid, binnen en tussen landen, en ondermijnt mondiale stabiliteit en rechtvaardigheid. In een wereld gekenmerkt door conflicten, klimaatcrises en geopolitieke spanningen is investeren in internationale solidariteit geen luxe, maar een strategische noodzaak.
Afbeelding: screenshot 11.be

