Zonder migratie geen missie 

Ik houd van het Nederlandse woord ‘zending’, omdat het onmiddellijk aangeeft dat het gaat over ‘gaan’. ‘Gaan’ heeft alles met migratie te maken. In Mattheüs 28:18-20 beveelt Jezus zijn discipelen om te gaan en discipelen te maken van alle volken. Het bevel om te gaan zie ik als een bevel om te migreren. 

God begon zijn missie in de wereld met de roeping van Abraham. God riep Abraham om te migreren. Het boek Genesis vertelt dat hij werd geroepen uit zijn land, uit zijn familie, uit het huishouden van zijn vader om te gaan naar een ander land. God beloofde hem tot een groot volk te maken, hem te zegenen en zijn naam groot te maken, en dat in hem alle volken van de aarde gezegend zouden worden. Gods missie begon dus met een oproep om te migreren. Om alle volken op aarde te zegenen, moet de missie van God met migratie gepaard gaan. 

Als vervulling van Gods plan migreerde onze Heer Jezus Christus van de hemel naar de aarde met zijn missie voor de hele wereld. In de incarnatie bevestigde God nadrukkelijk dat zijn zending in de wereld niet zonder migratie kan. Het Nieuwe Testament vertelt dat Jezus, gezalfd met de Heilige Geest en kracht, al goed doende rond ging en genas wie ziek was of bezeten door de duivel, want God was met hem (Handelingen 10:38). 

Jezus gaf zijn volgelingen de opdracht om hetzelfde te doen. Hij beval hen om te verhuizen en te getuigen van hem in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria en tot aan de einden van de aarde (Handelingen 1:8). Zonder migratie zou het voor hen onmogelijk zijn om het goede nieuws naar de einden van de aarde te brengen. 

Misverstaan

In het Oude Testament horen we telkens weer over het misverstaan van Gods mandaat en missie in de wereld. De profeet Jona is een sprekend voorbeeld. Hij moest migreren om het goede nieuws bij de mensen van Nineve te brengen. Maar Jona begreep Gods liefde en zorg voor de wereld niet. Net als Jona zag het volk Israël niet dat het gaat om ‘gaan en vertellen’; in plaats daarvan beperkte het de missie tot ‘komen en zien’. Mensen moesten maar naar Jeruzalem komen om het goede nieuws te horen en de God van Israël en zijn wonderen te ervaren. 

Datzelfde probleem zie ik in de Nederlandse kerken. Ze beseffen niet dat het hun opdracht is om te gaan en het evangelie te vertellen in hun eigen gemeenschap. Ze vertrouwen voor hun voortbestaan nog steeds op biologische aanwas. De enige manier waarop ze ‘uitgaan’ is door zendelingen te sturen naar andere landen. Overigens heb ik veel Nederlandse kerken in de afgelopen vijftien jaar sterk zien veranderen. Ze zijn gaan beseffen dat Nederland een zendingsland is. Ze hebben een begin gemaakt met evangelisatie in hun gemeenschappen. Kerken komen samen voor missionaire activiteiten en jongeren raken betrokken bij zending. Dat vind ik een verandering in de goede richting.

Tegen wil en dank

Daniël en de andere ballingen werden door God in vreemde landen geplaatst om zijn naam bekend te maken in de niet-joodse culturen. Ze werden gedwongen te verhuizen, maar toch was het resultaat dat die culturen bekend raakten met de grote God van Israël. Deze migratie heeft wel iets van de onvrijwillige trek van christelijke migranten van het Zuiden naar het Noorden in de afgelopen dertig jaar.

Ook de discipelen werden onvrijwillige migranten. Ze hadden de opdracht om te gaan, maar bleven in Jeruzalem. Ze begonnen zich daar op hun gemak te voelen, omdat de Heer hun aantal daar vermeerderde. Het leek alsof ze het bevel om te migreren vergeten waren. God stond een vervolging toe om hen te verspreiden. 

Dit is een belangrijk element in de huidige migratie van zuid naar noord: veel immigrantenchristenen trokken naar het Noorden vanwege politieke en economische vervolging in hun thuislanden. In mijn thuisland Nigeria bijvoorbeeld blijft de rijkdom in de handen van een kleine groep machthebbers, die deze rijkdom gebruikt om de armen te onderdrukken in plaats van om te delen en te zegenen. En dat terwijl Nigeria ruim voldoende natuurlijke rijkdom heeft, genoeg voor heel West-Afrika zelfs. Door het misbruik lijden echter veel mensen. Ik zie dat als een vorm van vervolging. Deze mensen hebben vaak geen andere uitweg dan te migreren. 

Anonieme zendelingen

De moeilijke situatie in Jeruzalem werd de oorzaak van de massale migratie van volgelingen van Jezus naar Judea, Samaria en andere delen van de wereld. Waar ze ook heen gingen, ze namen hun geloof en hun getuigenis mee. We moeten niet over het hoofd zien dat het evangelie voor het eerst naar de stad Antiochië kwam door een naamloze migrerende vluchteling (Handelingen 11:19-20).

De apostel Paulus was een vooraanstaand figuur in de verspreiding van Gods missie in de niet-joodse cultuur. Gods missie door hem begon toen hij op weg was om zijn eigen missie in Damascus te vervullen. Maar hij was al op weg in dienst van Gods missie, zonder dat te beseffen – een significant punt voor de huidige missie van zuid naar noord. Veel christelijke migranten kwamen naar het Noorden zonder dat ze de intentie hadden om als zendeling te komen. 

Migratie heeft altijd een centrale plaats in de christelijke zending gehad. Waar ik in de zendingsgeschiedenis nog het meest versteld van sta, is het belang van de gewone christelijke migrant. Mensen raakten zelden onder de indruk van de kerk als instituut, maar wel van het voorbeeldige leven van gewone, migrerende christenen. Het gedrag van gewone christenen heeft daarom altijd een onmiskenbare missionaire dimensie gehad. De geschiedenis bewijst dat het gedrag van gewone gelovigen een factor is geweest in het overreden van mensen om in Christus te geloven. Dat is vandaag nog steeds het geval. 

Superioriteitsgevoel

Toen de kerk de hellenistische cultuur begon te doordringen, verloor de zending haar impuls. De kerk werd een goed georganiseerd instituut, meer gericht op perfectionisme dan op zending. Christelijke denkers, die het geloof verdedigden tegenover de Griekse filosofen in die tijd, werden apologeten met dezelfde scholastische capaciteiten als de filosofen. Ze maakten zich de hellenistische superioriteitsgevoelens eigen. Het christelijke geloof werd een cultuur die begon neer te zien op niet-christelijke, onverlichte, heidense culturen. Het werd de genadeklap voor het zwervend karakter van de christelijke zending. 

Dat zwervende karakter kwam echter opnieuw naar boven in de monastieke beweging. Hoewel het christendom zich had ingegraven als het geloof van West-Europa, brachten de zwervende en reizende monniken het goede nieuws de niet-christelijke wereld in en bouwden daar nieuwe gemeenschappen op. 

Pas vele jaren na de Reformatie namen de protestantse kerken hun missionaire verantwoordelijkheid. Met name de eeuw tussen 1815 en 1914 was een tijd van opmerkelijke massamigratie, gedreven door westerse expansiedrang. ‘Het is geen historisch toeval dat de grootste christelijke missionaire expansie ooit samenviel met misschien wel de opmerkelijkste migratie in de menselijke geschiedenis’, schrijft de Sierra Leonese theoloog Jehu Hanciles.1 Wij uit het Zuiden zijn dankbaar dat God christenen uit het Westen met hun pas gevonden geloof naar ons toegestuurd heeft, ook al ging dat gepaard met kolonisatie. 

De westerse kerk heeft nog steeds iets van dat institutionalisme en dat superioriteitsgevoel van de hellenistische periode. Maar het wordt steeds meer een beweging. Dat juich ik toe. De kerk moet zich meer naar buiten richten, een missionaire focus in plaats van een doctrinaire focus hebben. De Heilige Geest is een missionaire Geest. 

Van zuid naar noord

In de laatste vijftig jaar is de zendingsactiviteit vanuit het Westen naar het Zuiden substantieel afgenomen. Het zwaartepunt van het christelijke geloof is weer verschoven, nadat het Westen bezweken is onder de kracht van de Verlichting. Een grote omkeer van de zendingsbeweging is nu al het evidente resultaat van de massamigratie van christenen uit het Zuiden naar het Noorden. 

De zending van het Zuiden naar het Noorden is totaal anders dan die van het Noorden naar het Zuiden. Westerse zendelingen die de Atlantische oceaan overstaken en naar het Zuiden reisden, werden door hun plaatselijke kerken of hun zendingsorganisaties gestuurd. Ze waren vaak goed voorbereid en hadden als doelstelling om het goede nieuws naar de verafgelegen delen van de wereld te brengen. Een hoog percentage migranten uit het Zuiden zag zich echter om diverse redenen genoodzaakt naar het Westen te vluchten. Velen kwamen als economische vluchtelingen, anderen kwamen om politieke redenen, vergelijkbaar met de vroege kerk zoals die in het boek Handelingen wordt beschreven. Anderen kwamen als studenten. Een groot aantal immigranten werd pas christen na aankomst in het Westen en begon pas toen als christelijke migrant te delen in de missie van God daar. 

De geschiedenis leert ons hoe dan ook dat missie en migratie bij elkaar horen. Is het niet vanzelfsprekend dat de toekomst van het christendom daarom ook bepaald zal worden door globalisering en migratie? Het is echter de vraag of de christelijke migranten de bevolking van het land waar zij naar toe gekomen zijn, kunnen bereiken. Is in dat licht samenwerking tussen migrantenchristenen en inheemse christenen voor de verkondiging van het evangelie niet geboden?

Moses Alagbe groeide op in Nigeria. In de jaren tachtig studeerde hij landbouwkunde in India. Daarna keerde hij terug naar Nigeria en werd onderwijzer op een middelbare school. Een op pijnlijke wijze afgebroken verloving deed hem besluiten om Nigeria te verlaten. Via Bulgarije, Turkije en Griekenland kwam hij in 1991 aan in Amsterdam. Hij studeerde aan het Tyndale Theological Seminary en werd voorganger van het Maranatha Community Transformation Center in Amsterdam Zuid-Oost, een christelijke gemeenschap die zich op allerlei manieren inzet voor de wijk.

Hij specialiseerde zich aan de Bakke Graduate University in ‘transformational leadership’. Naast zijn werk als voorganger zet hij zich in voor de Amsterdam Bible Academy, een avond- en weekendschool voor theologisch onderwijs. Hij maakt zich inmiddels ook sterk voor christelijk onderwijs in Nigeria. Het onderwijsprogramma dat hij leidt, beoogt verspreiding van christelijke waarden in de Nigeriaanse samenleving. Inmiddels wordt de eerste school in dit programma gebouwd. 

Noot

1 J.J. Hanciles, ‘Migration and Mission: Some Implications for the Twenty-first-Century Church,’ International Bulletin of Missionary Research 27/4, 2003, 149.

– Moses Alagbe is voorganger van het Maranatha Community Transformation Center in Amsterdam en geeft leiding aan de Amsterdam Bible Academy.