1. Even voorstellen: wie ben je en wat heb je met zending?
Mijn naam is Paul Doth. Ik ben sinds negen jaar hoofd van de afdeling International Mission bij het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap (NBG). Ik ben verantwoordelijk voor al het buitenlandwerk van het NBG. Daarvoor was ik tien jaar lang directeur van het Surinaams Bijbelgenootschap, nadat ik een aantal jaren in het bedrijfsleven had gewerkt. Ik kom uit een traditie van zending. Mijn voorouders kwamen als zendelingen naar Suriname om onder de slaven te werken. Mijn grootvader was bisschop van de Evangelische Broedergemeente (EBG) voor de provincie Suriname en het Caribisch gebied. Mijn vader was directeur van de stadszending van de EBG in Paramaribo. In het werk dat ik zelf nu mag doen gaat het erom dat Gods Woord voor iedereen beschikbaar komt. In Suriname was het Bijbelgenootschap ontvangend: het ontving steun voor vertaal-, Bijbeldistributie- en kinderprojecten, allemaal om te zorgen dat mensen toegang hebben tot Gods Woord in de taal van hun hart. Nu mag ik bij het NBG aan de andere kant werken om zulke projecten mogelijk te maken in andere landen.
Mijn afdeling International Mission richt zich op steun aan projecten in het buitenland én op projecten samen met migrantenkerken in Nederland en in Vlaanderen. Die dubbele missie – Bijbelwerk in eigen land én in het buitenland – hebben we als NBG vrijwel vanaf het begin gehad.
2. Waar liggen voor jou programmatisch de uitdagingen voor jouw werk/jouw organisatie in de komende tijd?
Als Bijbelgenootschap doen we zo’n 90 projecten per jaar: vertaalprojecten, Bijbeldistributie en projecten voor kinderen. Het grootste project dat we nu doen voor kinderen is de Samenleesbijbel. Die heeft het NBG in Nederland ontwikkeld. Een kortere versie daarvan – de Family Bible – is in 22 talen vertaald en in 55 landen verspreid. In totaal hebben we zo’n 1 miljoen Family Bibles wereldwijd verspreid. Met distributieprojecten geven we Bijbelgenootschappen mogelijkheid om Bijbels te verspreiden. Het is één ding om te vertalen en te drukken, maar het is ook nodig dat mensen de Bijbel in handen krijgen en kunnen lezen.
3. Hoe zie jij de verhouding tussen zending binnen Nederland en zending vanuit Nederland en zending van overal naar overal?
Als Bijbelgenootschap doen we zending vanuit Nederland, maar ook in Nederland. Een prachtig project dat we wereldwijd doen, maar ook in Nederland, in samenwerking met migrantenkerken, is het al genoemde Family Bible-project. In onder andere Amsterdam Zuidoost helpen we migrantenkerken, zodat in gezinnen ouders met hun kinderen samen de Family Bible lezen en daar samen over doorpraten aan de hand van gespreksvragen.
Het NBG is onderdeel van de United Bible Societies, waaraan 155 Bijbelgenootschappen verbonden zijn in bijna alle landen van de wereld. Dat maakt het ook gemakkelijk voor ons om connectie te maken met migrantenkerken. We hebben bijvoorbeeld de nieuwe Ghanese Bijbelvertaling beschikbaar gesteld bij de Ghanese kerken in Nederland met hulp van het Ghanese Bijbelgenootschap. Voordeel is dat het Bijbelgenootschap interkerkelijk is, waardoor we Ghanese kerken in Nederland (en specifiek in Amsterdam Zuidoost) kunnen bereiken van verschillende denominaties. Op dezelfde manier werken we samen met de Surinaamse, Antilliaanse en Indonesische kerken: Bijbels in hun talen zijn hier verspreid door samenwerking met Bijbelgenootschappen uit die landen. De termen ‘gevende’ en ‘ontvangende’ Bijbelgenootschappen kloppen eigenlijk niet: we zijn partners van elkaar en hebben elkaar nodig.
4. Waarvan gaan jouw ogen van glimmen?
Ik kom net uit Mexico. Daar hebben we drie nieuwe vertalingen officieel kunnen presenteren en beschikbaar gesteld aan die bevolkingsgroepen. Ik vond het ongelooflijk om te horen dat mensen om drie uur ‘s nachts opstonden zodat ze om 10 uur op de plek konden zijn waar ze ‘hun’ Bijbel konden ontvangen. Prachtig om te zien hoe mensen geraakt worden in hun hart door het Woord van God en zeggen: ‘Nu kan ik horen wat God tegen mij zegt.’ Daarom vind ik dat ik een geweldige baan heb: dat ik Gods Woord beschikbaar mag stellen aan iedereen die het maar wil ontvangen.
5. Hoe kunnen we elkaar als kerken en zendingsorganisaties versterken in de missionaire opdracht?
Het is belangrijk dat er meer samenwerking komt, want als het goed is hebben we allemaal één missie, die we allemaal op onze eigen manier uitvoeren. Ons doel is ervoor te zorgen dat de Bijbel beschikbaar is voor mensen, en dat hij ook gebrúikt wordt – dus niet in de kast blijft staan. Als Bijbelgenootschap werken we vooral samen met de kerken om hen te ondersteunen, want die Bijbel hebben we allemaal nodig.

