Geef ons heden ons internet

Jongeren groeien op met internet en participeren actief in de virtuele wereld. Deze Debat-rubriek werpt de vraag op naar de impact van internet op de religiositeit van jongeren. Werken religieuze internetpraktijken vormend of hollen ze religieus besef en geloofsovertuiging onder moslim- en christenjongeren eerder uit? 

Internet neemt een belangrijke plaats in in het leven van jongeren. Dit geldt ook voor religieuze jongeren.[i] Voor een aantal van hen is internet ook van grote betekenis voor de wijze waarop zij hun religieuze praktijk gestalte geven. Zo is bekend dat jongeren die zich bezighouden met nieuwe, niet-geïnstitutionaliseerde vormen van religiositeit zoals neo-paganisme (een parapluterm voor moderne animistische of polytheïstische vormen van religie waarin teruggegrepen wordt op voor-christelijke ‘heidense’ bronnen) en Wicca, internet veelvuldig gebruiken als bron van kennis, als middel om zich te organiseren, en als plek om online religieuze praktijken te beoefenen. 

Godsgeschenk of duivels domein

Maar ook moslimjongeren en christelijke jongeren zijn actief op internet. In deze bijdrage richten we ons op die laatste twee groepen. Deze jongeren zijn opgegroeid met internet en de virtuele wereld maakt deel uit van hun alledaagse leefwereld – een feit dat overigens niet in alle religieuze kringen positief gewaardeerd wordt. Met name in orthodox-gereformeerde kringen, waar media als televisie en radio van oudsher met argusogen worden bekeken vanwege hun vermeende kwalijke invloeden met name ook op jongeren, is internet, dat als medium veel van wat radio en televisie te bieden heeft, combineert, veelal letterlijk gedemoniseerd. 

Religieuze stromingen en groeperingen hebben veelal een positieve perceptie van internet

Pogingen binnen orthodox-gereformeerde kringen om de virtuele wereld van internet buiten de leefwereld van jongeren te houden, zoals de installatie van een filter dat bepaalde sites blokkeert, blijken weinig resultaat te hebben. Alhoewel een afwijzende houding met betrekking tot internet niet alleen voorbehouden is aan orthodox-gereformeerden (traditionele evangelicals bijvoorbeeld willen nog wel eens een vergelijkbare houding tentoonspreiden), blijkt uit het enorme aanbod van religieuze sites dat andere religieuze stromingen en groeperingen veelal een meer positieve perceptie van internet hebben. Zij zien vooral de voordelen van internet en maken dankbaar gebruik van het potentieel dat internet biedt. Niet alleen als informatieverstrekkend medium waarmee een religieuze organisatie of beweging zich kan profileren en geïnteresseerden van informatie kan voorzien, maar ook als een virtuele plek waar religieuze gemeenschappen gevormd worden, religieuze overtuigingen bediscussieerd worden en religieuze praktijken plaats kunnen vinden. Dit geldt ook voor moslims en andere dan orthodox-gereformeerde christenen. Weliswaar wordt er in moslimkringen als ook in bijvoorbeeld evangelical kringen gediscussieerd over de gevaren van internet (zoals de pornoficatie van internet en – een gevaar dat met name onder moslims zorgen baart – de aanwezigheid van radicale groepen), maar over het algemeen kan gesteld worden dat het merendeel van moslims en christenen vooral pragmatisch omgaat met nieuwe technologische ontwikkelingen. Anders dan onder orthodox-gereformeerde christenen roept internet bij hen veel minder religieus gefundeerde bezwaren op. 

Knip- en plaknetwerken

Het aantal religieuze websites is inmiddels schier oneindig. Het varieert van aan religieuze organisaties gelieerde informatieve sites (zoals PKN.nl en Soennah.com), weblogs (zoals Wijblijvenhier.nl en Goedgelovig.nl), videosites (zoals Godtube met haar eigen ‘prayer wall’ en Islamictube), discussiesites (zoals Marokko.nl), MSN-groepen (zoals IslamEnMeer), chatrooms, databases waar mensen antwoorden kunnen vinden op hun vragen (zoals Islamqa.com), websites waar men de heilige schriften kan lezen (Bijbelenkoran.nl, Koranonline.nl, Biblija.net), podcasts (zoals de bekende podcast van de katholieke priester Roderick Vonhögen, McFaith.nl) en (niet zelden aan offline organisaties of gemeenschappen gelieerde) sites waar meerdere van deze functies gecombineerd worden (zoals Eo.nl/ronduit en Jongkatholiek.nl). 

Daarnaast zijn gelovigen en religieuze organisaties actief op sites en in online gemeenschappen die geen specifieke religieuze achtergrond hebben. Zo is, om een voorbeeld te noemen, de pentecostale jongerenorganisatie Soul Survivor te vinden op Myspace (myspace.com/soulsurvivornl), op de photo sharing site Flickr (flickr.com/photos/soulsurvivorholland), op facebook (facebook.com) en op Twitter (twitter.com/soulsurvivornl). En om een ander voorbeeld te noemen: zowel christenen als moslims zijn actief in het vormgeven van en participeren in cyberkerken en cybermoskeeën in de online role playing game Second Life.

Wat zijn de consequenties van dit medium voor religie onder jongeren?

Al met al biedt internet een enorm repertoire van op jongeren gerichte religieuze sites. De vraag die daarbij opkomt is: Wat betekent deze ontwikkeling nu voor de wijze waarop religiositeit onder jongeren gestalte krijgt? Wat zijn de consequenties van dit medium voor religie onder jongeren? Het antwoord hierop is nog niet zo eenvoudig, omdat onderzoek hiernaar nog in de kinderschoenen staat. Er mag dan een enorm repertoire aan sites zijn: het is lang niet altijd duidelijk hoe, wanneer en waarom jongeren dit repertoire benutten, wat de specifieke invloed van het medium internet is op jongeren en hun religiositeit, en hoe online religieuze activiteiten zich verhouden tot offline religieuze activiteiten. 

Mondialisering en tradities

Het huidige onderzoek, en dan met het onderzoek dat onder jonge moslims is uitgevoerd, geeft niettemin enig inzicht in de impact van internet op de religiositeit van jongeren. We beperken ons hier tot twee in het oog springende aspecten: allereerst de wijze waarop internet voorziet in bredere, bovenlokale religieuze netwerken, en ten tweede de verandering in de betekenis van religieuze tradities.

Met internet en andere nieuwe media ontwikkelt zich een samenleving waarin tal van mondiale netwerken meebepalen wat er op lokaal niveau binnen de persoonlijke leefsfeer van mensen gebeurt. Tekenend onder jonge moslims bijvoorbeeld is het contact dat enkele jonge salafistische moslims (behorend tot de fundamentalistische stroming) uit Den Haag via internet zochten met een geleerde in Jemen om hem om advies te vragen over de kritische uitspraken die een imam van een andere salafistische stroming in hun woonplaats deed over Ayaan Hirsi Ali. Op deze manier wordt een lokaal thema (het Nederlandse islamdebat) mondiaal door de acties van die jongeren, met als gevolg dat de mondiale debatten tussen de verschillende salafistische bewegingen een lokaal tintje krijgen, en omgekeerd, dat lokale debatten bepaald worden door mondiale invloeden. De netwerkachtige structuur van online gemeenschappen kenmerken zich op deze manier door een wisselwerking tussen mondiale en lokale thema’s en religieuze gezaghebbers. 

Internet biedt jongeren bij uitstek de mogelijkheid zich los te maken

Een tweede aspect dat wij hier kort aan willen duiden is een bepaald type ‘re-traditionalisering’. Internet biedt jongeren bij uitstek de mogelijkheid om zich los te maken en kritisch te verhouden ten opzichte van bestaande religieuze tradities. Dit heeft echter niet per se de-traditionalisering tot gevolg. Immers, dat jongeren zich mogelijkerwijs losmaken van bestaande tradities wil nog niet zeggen dat zij zich buiten elke traditie plaatsen. Integendeel. Veelal scheppen zij, in aansluiting bij bestaande tradities, nieuwe tradities die samenhangen met hun eigen leefwereld. Zo zoeken veel Marokkaans-Nederlandse moslimjongeren naar uitspraken van imams die zich, naar het lijkt, niet aanpassen aan de Nederlandse omstandigheden. Tevens moeten deze imams de islam ontdoen van wat zij zien als specifiek Marokkaanse tradities, omdat die ongeschikt zouden zijn voor de Nederlandse samenleving. In de vragen die jongeren aan deze imams stellen, richten zij zich vaak precies op die aspecten die in Nederland van belang worden geacht, zoals de positie van de vrouw. Tegelijk proberen zij een kritische houding ten opzichte van de Nederlandse samenleving te bewaren. Wat deze jongeren doen, is derhalve voor buitenstaanders een soms tegenstrijdige en verwarrende combinatie van afstand nemen van de Nederlandse samenleving en er tegelijkertijd middenin proberen te staan. Zij zoeken naar heldere antwoorden die gegeven moeten worden op basis van ‘bewijzen’: de ‘oorspronkelijke’ koranverzen of uitspraken van de profeet die het antwoord moeten ondersteunen. De islam wordt gereduceerd tot een rij van heldere do’s en don’ts waarbij standpunten binnen de islamitische tradities die veel genuanceerder zijn, weggelaten worden. 

Erosie of aansluiting?

Beide voorbeelden hierboven zijn ontleend aan onderzoek onder moslimjongeren. De vraag is of dergelijke analyses ook opgaan met betrekking tot christelijke jongeren – en vooralsnog moeten we het antwoord op deze vraag schuldig blijven. Ook christelijke jongeren hebben een repertoire van sites tot hun beschikking, waarop verschillende van de voor hen relevante thema’s en vragen met betrekking tot leefstijl, relaties en geloof besproken worden. 

Jongeren kunnen zich op deze sites anoniem en vrijelijk, buiten de directe invloedssfeer van ouders, predikanten, jeugdleiders en docenten, laten informeren over allerhande religieuze items. Via deze sites kunnen zij kennis opdoen van overtuigingen die mogelijkerwijs aansluiten bij die van de eigen lokale religieuze gemeenschap, maar ook van overtuigingen die daarvan afwijken. 

Het is vervolgens niet onaannemelijk dat dergelijke sites van invloed zijn op de religieuze overtuiging en praxis van deze jongeren, al is het de vraag waarin deze invloed dan precies gelegen is. Brengt internet een erosie van plaatselijke tradities en een inperking van de invloed van de directe ‘significante’ anderen met zich mee? Geeft het aanleiding tot experimenteer- en zoekgedrag met een ten opzichte van de offline omgeving afwijkend product, dat vervolgens van invloed is op de offline religieuze praxis van jongeren? Of, om een andere suggestie te noemen, zijn de online activiteiten van christelijke jongeren veeleer in lijn met hun offline bestaan, en kiezen zij voor díe online activiteiten die aansluiten bij hun offline religieuze identiteit? 

Noot: [i] Deze bijdrage is mede gebaseerd op: Koning, Martijn de, en Jan van der Stoep (2008), “Media”,  pp. 516-530 in Handboek Religie in Nederland, red. Meerten ter Borg, Erik Borgman, Marjo Buitelaar en Rob Plum, Zoetermeer: Uitgeverij Meinema

— Martijn de Koning is antropoloog en voorheen verbonden aan het International Institute fot te Study of Islam in the Modern World (ISIM Leiden). Momenteel is hij werkzaam bij de afdeling Arabisch en Islam aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In 2008 is hij gepromoveerd op het onderzoek Zoeken naar een ‘zuivere’ Islam. Geloofsbeleving en identiteitsvorming van jonge Marokkaans-Nederlandse moslims.

— Johan Roeland is als onderzoeker werkzaam aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en aan het lectoraat Morele Vorming van de Gereformeerde Hogeschool Zwolle.

 Binnenkort verdedigt hij zijn proefschrift Selfation. Dutch Evangelical Youth between subjectivization en subjection.