Waarom worden kandidaat-zendingswerkers ouder?

Op zijn Substack schrijft Ted Esler een artikel over het verschijnsel dat, althans in de VS, de gemiddelde leeftijd van kandidaat-zendingswerkers een stuk hoger ligt dan in voorgaande generaties. Waar destijds vooral kandidaten werden gemobiliseerd onder mensen van studentenleeftijd, lijken kandidaten nu vaak een jaar of tien ouder te zijn. Esler komt in zijn artikel met tien oorzaken die dit verschijnsel verklaren. Sommige verklaringen zijn misschien specifiek voor de Amerikaanse situatie, maar het ligt voor de hand dat sommige factoren ook in ons land een rol spelen. Ted Esler geeft leiding aan Missio Nexus, een associatie van organisaties en kerken die honderden zendingsorganisaties en kerken vertegenwoordigen in de VS.

Esler beschrijft dat in de afgelopen eeuw in de verschillende golven van ‘mobilisatie’ van zendelingen de doelgroep meestal bestond uit studenten: “voor de meeste zendelingen die midden-twintig vertrekken, begint het proces om te beslissen om zendeling te worden al als ze student zijn.” Volgens Esler zijn er goede redenen om voorkeur te geven aan jonge zendelingen voor bijvoorbeeld gemeentestichting. Toch is de situatie inmiddels veranderd:

“Tegenwoordig slaan veel zendingsorganisaties studenten helemaal over. In plaats daarvan richten ze zich op kerkgerichte mobilisatie. De taal van mobilisatie zelf is verschoven naar deze nadruk op de lokale kerkelijk, en velen zullen beweren dat dit gezonder en bijbelser is. Dat kan waar zijn, maar het is ook een veel langer proces. De tijd zal leren of dit model nieuwe rekruten oplevert op het niveau dat we in het verleden hebben gezien. Ik ben sceptisch. Ik zie dit ook niet als een binaire beslissing. We kunnen vanuit kerken mobiliseren en we kunnen studenten mobiliseren.”

Tien redenen voor dit verschijnsel worden door Esler genoemd, hier kort aangeduid:

1. Het leven begint later: studieschulden, een vertraagde carrièrepad en latere huwelijksleeftijd spelen allemaal een rol bij het later in het leven zendeling worden, als het al gebeurt.
2. Mobilisatie klinkt nog steeds als 1995: Gen Z vereist een andere benadering dan eerdere generaties.
3. De zendingsroeping draagt een stigma. Het vergt enige volwassenheid om te begrijpen hoe ingewikkeld het antikoloniale vraagstuk is in hedendaagse zending.
4. De campus-pijpleiding barstte. Veel christelijke opleidingen hebben hun zendingsopleidingen ontmanteld.
5. ‘Mainline’-zendingsstructuren hebben hun tijd gehad. De institutionele netwerken die ooit bredere protestantse werving voedden, zijn uitgehold.
6. Megakerken herdefinieerden “zending” als lokaal. In die wereld betekent “zending” vaak kortetermijnreizen, lokale outreach of kerk-tot-kerk samenwerkingen in plaats van langdurig pionierswerk onder onbereikte volkeren.
7. Als alles zendings is, is bijna niets dat. De taal van Missio Dei heeft definities opgeleverd die zo breed zijn dat concrete besluitvorming over roeping vaag wordt. Als alles missie is, verliest de specifieke oproep tot crosscultureel pionierswerk urgentie en duidelijkheid.
8. Christelijk studentenwerk verzwakte als bron van missionair werkers.
9. Short-term zending explodeerde, maar leverde niet de gehoopte groei op van mensen die voor de langere termijn zich willen wijden aan zending.
10. Evangelicale breuklijnen verzwakten de mobilisatiekracht. Er zijn overlappende breuklijnen tussen theologische, politieke en missiologische kwesties. Verschillende kampen van het evangelicalisme hebben moeite om op grote schaal samen te werken.