Over God leren onder de mangoboom

De GZB: lerend onderweg naar een integrale visie op scheppingszorg en zending.

Door Marloes Achterveld & Martijn van den Boogaart

Het is een bijna klassiek beeld van de kerk in Afrika: kinderen die zondagschool krijgen onder een mangoboom naast de kerk. Vroeger was onze eerste gedachte bij dit soort beelden: moeten we niet samen een zondagschoollokaal bouwen, leiders opleiden, materiaal ontwikkelen, aanvullen wat ontbreekt? En dat doen we – eerlijk is eerlijk – samen met onze partners nog steeds. Maar we hebben ondertussen ook geleerd om ook met andere ogen te kijken en de vraag te stellen: wat doet dat eigenlijk met je beeld van God, als je over Hem hoort onder een mangoboom?

De GZB bestaat dit jaar 125 jaar. Als één ding die jaren heeft getypeerd, is het dit: dat we telkens opnieuw moeten leren hoe we op een specifieke plek en in een specifieke tijd volgelingen van Jezus zijn. Zo hebben we al luisterend naar de ervaringen van onze buitenlandse partners in de recente jaren geleerd om op een nieuwe manier oog te krijgen voor de schepping. De schepping werd niet meer alleen de context – soms prachtig, soms zwaar vervuild – voor het zendingswerk, maar integraal onderdeel ervan. Tenminste, die route zijn we ingeslagen. In dit artikel schetsen we het leerproces dat we de laatste jaren hebben doorgemaakt en doen we een poging om onze visie op zorg voor de schepping op een nieuwe, integrale manier te verwoorden.

De eerste stap in de zoektocht: bewustwording en compenseren

We beginnen de beschrijving van onze leerweg in 2017. In dat jaar schreef een werkgroep een stuk met de titel ‘Op weg naar een groene(re) GZB’. De aanleiding ervoor was tweeledig. Allereerst had de GZB in zijn nieuwe beleidsplan gekozen voor focus op ‘mensen in de marge’. Daarbij werd geconstateerd dat veel problemen voor mensen in die groep regelmatig gevolgen zijn van milieuvraagstukken. De volgende stap was te erkennen dat de GZB met zijn handelen bijdraagt aan die milieuvraagstukken en indirect dus aan het lijden van de groep mensen die centraal staat in het werk. Daarom werd het doel gesteld om binnen vier jaar ‘klimaatneutraal’ te gaan opereren.

Interessant is dat in het beleid voor het behalen van dat doel een dubbele inzet werd gekozen: niet alleen een groene GZB, maar ook een groene GZB-er. Verandering, zo was de gedachte, begint met bewustwording van alle medewerkers. De notitie formuleerde een veelomvattend programma op het gebied van reizen, inkoop van materialen, energiegebruik, de manier waarop activiteiten werden georganiseerd. En wat niet aan milieubelasting kon worden voorkomen, moest worden gecompenseerd.

In de jaren erna bleek de praktijk weerbarstig en kwam de focus de facto te liggen op drie lijnen. Allereerst gingen we onze CO2-uitstoot in kaart brengen, met name die van de vliegreizen, en daarover rapporteren in ons jaarverslag. Ten tweede gingen we de CO2-uitstoot compenseren door het steunen van ‘groene projecten’ bij onze buitenlandse partners. Er werd een jaarlijks budget vrijgemaakt om op verschillende plekken projecten te financieren om bomen aan te planten of op een duurzame manier landbouw te bedrijven. En ten derde werkten we aan bewustwording door activiteiten in en rond kantoor. We startten onder andere een samenwerking met imkerij ‘De werkbij’ (www.dewerkbij.nl) die een aantal bijenkasten in onze tuin plaatste. Ook werden een aantal keer per jaar sessies voor medewerkers georganiseerd om bewustwording over duurzaamheid, biodiversiteit en klimaatverandering binnen de organisatie te vergroten.

Stap 2: heroriëntatie van kosten naar kern

Na een enthousiaste start ging het na verloop van tijd knagen: was deze benadering niet te veel gericht op calculatie en compensatie, op het afkopen van schuld? Hoorde de zorg voor de schepping niet veel meer geïntegreerd te worden in onze visie, in de kern van ons werk in plaats van in de ‘bijkomende kosten’? Moesten de groene projecten geen plek krijgen in de landenprogramma’s in plaats van in een groepje losse projecten? Kritische gesprekken op kantoor en confronterende verhalen bij onze eigen partners wereldwijd deden het besef groeien: ja, we moeten niet alleen groener handelen, we moeten herontdekken wie we zijn in relatie tot onze Schepper en Zijn plan met alles wat Hij geschapen heeft.

Deze constatering leidde in 2022 tot de keuze om in het beleidsplan in onze visie op zending de bekende ‘five marks of mission’[1] op te nemen: “Zending valt uiteen in vijf aspecten die nauw met elkaar samenhangen: (…) zorg dragen voor het bewaren van de schepping en een verantwoordelijke levensstijl”. Geleidelijk sijpelde het vervolgens ook door naar de bredere communicatie. In 2024 kwam het ook terecht in de video waarin we de kern van het werk van de GZB samenvatten voor gemeenten: “Het is Gods verlangen dat mensen leven zoals Hij het heeft bedoeld: in verbinding met Hem, elkaar en de schepping”.

Stap 3: Herbronning en verbinding aan de driehoek van zending

Ondertussen startten we een proces van herbronning om onze visie op de verbinding tussen zending en scheppingszorg uit te diepen. We verbonden ons aan de leerstoel Christelijk Ecologisch Denken aan de Theologische Universiteit Utrecht. Projecten van hoogleraar David Onnekink in samenwerking met de Nederlandse Zendingsraad vormden input voor een nieuw document waarin we een missiologisch-theologische uitwerking willen geven aan ons beleid.

In die uitwerking sluiten we aan bij de aspecten die we de afgelopen jaren als GZB zijn gaan benoemen als de ‘driehoek van zending’. We gebruiken daarbij het beeld van een driehoek met in de punten de kernaspecten: ‘woord’, ‘daad’ en ‘zijn’. En midden in de driehoek ‘gebed’, als de grondtoon van het zendingswerk. ‘Woord’ en ‘daad’ zijn bekende onderscheidingen in het zendingswerk. Wij voegen daar ‘zijn’ aan toe. Voor ons staat dit voor een vaak onbenoemd aspect van zending: dat zending begint met ‘bij mensen zijn’, luisteren, gemeenschap zijn. In ons werk zoeken we naar manieren om deze aspecten naar voren te laten komen. Om een voorbeeld te geven: op pioniersplekken begint het werk meestal met ergens trouw aanwezig te zijn, in combinatie met of gevolgd door praktisch dienstbetoon en vaak pas daarna de uitleg van waarom je ergens bent en je inzet voor mensen die je niet kent. Elk van deze aspecten en de beweging ertussen worden gedragen door gebed.

In het nieuwe visiedocument over de verbinding tussen zending en scheppingszorg proberen we ook deze lijnen van woord, daad, zijn en gebed te volgen. Wanneer we door de bril van deze driehoek naar scheppingszorg kijken, ontdekken we dat “groene GZB” geen losse activiteit is, maar verweven zit in alle facetten van ons zendingswerk.

Zijn – je ogen openen

Zending begint met aanwezig zijn, kijken, luisteren. Niet alleen naar mensen maar ook naar de schepping. Onze partners helpen ons daarbij. Hun ogen en hun taal laten ons de enorme biodiversiteit van de schepping zien; waar wij één woord voor een bepaalde diersoort hebben, hebben zij er soms tientallen. Ze herinneren ons ook aan het kostbare, de heiligheid van de schepping; dat je niet zo maar een dier mag doden of een boom mag kappen. Bewust aanwezig zijn, kijken, luisteren maakt ons gevoelig voor de vraag in de opening van dit artikel: de mangoboom als plek voor zondagschool, doet dat niet iets met je beeld van God?

Partners helpen ons tegelijk ook te waken voor een al te romantisch beeld van de natuur. De schepping is niet alleen maar prachtig. Zij is ook gebroken en verwoestend. Natuurkrachten, wilde dieren, virussen, dorens en distels zijn een voortdurende bedreiging voor menselijk leven. Het bestaan is een strijd om te overleven. En ook de schepping zelf zucht onder de gevolgen van de zondeval en kijkt uit naar de herschepping.

De gebrokenheid van deze wereld voelen we ook als we ons realiseren dat de goedbedoelde keuzes die wij als mensen maken negatieve gevolgen hebben voor andere delen van de schepping. Eén daarvan heeft juist te maken met het belang dat we als GZB hechten aan het ‘zijns-aspect’ van zending. Omdat we nabij, aanwezig willen zijn, zenden we mensen uit, gaan we op bezoek, nodigen we partners uit om naar Nederland te komen. Ons vliegen verbindt ons met onze partners, maar schaadt de schepping. We kiezen steeds bewuster hoe vaak en hoe we reizen, maar vliegen blijft onvermijdelijk. Daar zijn we eerlijk over; we rapporteren het in ons jaarverslag. We erkennen dat het een schuld is waarbij je de kwade gevolgen niet tegen de goede kunt wegstrepen. De groene projecten die we steunen, zien we als een vorm van gerechtigheid voor de schepping, een investering in de weerbaarheid van onze partners en een bijdrage aan bewustwording van deze kosten van ons werk voor onszelf en de gemeenten in Nederland.

Woord – wie heeft het?

Zending is woorden geven aan het goede nieuws van het Koninkrijk dat is gekomen en komt. De afgelopen jaren zijn we stap voor stap tot de ontdekking gekomen dat het heil in Christus de hele schepping raakt. Alle dingen zijn door Christus en voor Christus geschapen (Kol 1:16). Heel Zijn schepping kijkt uit naar de bevrijding uit de slavernij van de vergankelijkheid en het delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt (Rom 8:21). Dat is het Evangelie dat iedereen moet horen, wereldwijd maar net zo goed in Nederland.

In de context van zending is wel de vraag wie we aan het woord laten komen over deze allesomvattende visie op het heil. Op zijn minst is een wereldwijde dialoog nodig van bewustwording, doordenking, leren en activeren. Maar feitelijk zijn onze partners ons daarbij vaak al heel wat stappen voor. Zij houden ons een spiegel voor. En hun verhalen en visie hebben we in Nederland broodnodig om verder te komen in onze eigen bezinning.

Daarbij hoort ook bij dat we hun ‘lament’, hun klaaglied, hun aanklacht, horen én laten binnenkomen. Over de teloorgang van hun natuurlijke omgeving en hun levensomstandigheden. Omdat we één lichaam zijn, lijden we mee. En belijden we schuld. Want voor we spreken en handelen, is de erkenning nodig dat we als westerse maatschappij de aarde hebben uitgeput en nog steeds uitputten ten koste van onze naasten in andere delen van de wereld.

Misschien moeten we dan ook met hen spreken over vergeving en verzoening. In het proces ‘Around the Fire’ waarin we als GZB met onze Keniaanse partners terugkeken op 60 jaar samenwerking, hebben we geleerd dat schuldbelijdenis en vergeving hand in hand gaan met het uitspreken van een belofte[2]. Een belofte van bekering, van hoe we het vanaf nu anders willen doen. En hoe we elkaar aan die belofte mogen herinneren en helpen om die te houden. Een belofte van ecologische gerechtigheid. Gerechtigheid voor de schepping: zowel voor de mensen als voor dieren, planten en aarde.

Daad – onze plek kennen

In zending zoeken we manieren om iets zichtbaar te laten worden van Gods Koninkrijk. Ook van het herstel van de schepping en de waarde van het behoud van veelkleurigheid en veelstemmigheid van de schepping.

Dat moet beginnen met een nieuw zelfbeeld van onze plek en rol als mensen. In de gereformeerde traditie omschreven we die plek en rol ten opzichte van de schepping vaak als die van ‘rentmeester’. Dat leek een goede keuze, want het maakte duidelijk dat wij geen heer en meester zijn; onze plek is bescheiden, dienend. Maar toch gingen in het woord ook noties als ‘rendement’ meeklinken, zeker toen we de natuur, dieren, planten en metalen, steeds meer als ‘bronnen’ gingen zien. Als rentmeesters werd onze taak om de natuur te laten renderen.

Maar voor wie eigenlijk? Niet voor God, de heer en meester van de schepping, want “Ik hoef uit uw stal geen stier te nemen, geen bokken uit uw kooien, want mij behoren alle dieren in het woud, de wilde beesten op duizenden bergen.” (Psalm 50:9-10, NBV). Voor wie dan wel? Het antwoord laat zich, gezien de menselijke natuur, raden: voor onszelf.

Het Engels staat voor het woord ‘rentmeester’ meerdere vertalingen toe. Naast het woord ‘steward’ is dat het woord ‘trustee’. Een trustee is iemand die een tegoed beheert ten gunste van anderen. De blik van de trustee is niet gericht op zichzelf, maar op een gemeenschap aan wie een tegoed is gegeven voor nu en toekomstige generaties. De ondertoon van het woord is vertrouwen, toevertrouwen, betrouwbaar zijn. Deze waarden en manier van kijken hebben, samen met het onderzoek van dr. Jan van der Stoep[3], potentie om een vertrouwd beeld te corrigeren en weer vruchtbaar te maken.

Zo kunnen we met een andere houding samenwerken met partners in Nederland en wereldwijd. De komende jaren zoeken we als GZB naar manieren om in een aantal programma’s zorg voor de schepping te integreren. Een mooi voorbeeld is ons programma in Zimbabwe waarbij we in 2027 een ecoloog hopen uit te zenden om samen met de Reformed Church of Zimbabwe ‘going green’ integraal onderdeel te maken van hun kerkenwerk. We hopen dat de uitzendende en betrokken gemeenten daarvan ook leren, bijvoorbeeld hoe ze Groene Kerk kunnen worden.

Gebed – er is hoop

De ecologische crisis is ten diepste een spirituele, geestelijke crisis, stelde paus Franciscus in zijn encycliek Laudato Si’. Een geestelijke crisis die een ecologische bekering vraagt[4]. Bijzonder veelzeggend is daarom dat hij zijn encycliek – “na deze lange vreugdevolle en tegelijk dramatische overweging” – afsluit met een oproep tot gebed.

Gebed is de grondtoon van al het zendingswerk. Gebed is niet één van de stappen in een methodiek. In gebed komt alles samen, komen wíj samen voor Gods troon met al onze zorgen en plannen. “Gebed (…) is de plek waar we onze gedachten, onze verbeelding en onze diepste verlangens richten op God en op ons leven in relatie tot God. Het is de plaats waar al onze overwegingen, al onze gesprekken, al onze studie en reflectie samenkomen, en waar we worden gevormd om te zien waar het op aankomt.”[5]

In gebed zien we waar het op aankomt: zending is Gods missie, niet de onze. Dat geeft ontspanning en behoedt ons voor krampachtig activisme. In gebed zien we wát er aankomt: Gods Koninkrijk, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Dat maakt dat we ons verwachtingsvol inzetten vanuit hoop en niet vanuit angst. Wij kunnen en hoeven deze wereld niet te redden, maar we mogen meewerken waar Gods Geest al herscheppend aan het werk is en iets van het Koninkrijk doorbreekt.

Conclusie – samen leren onder de mangoboom en de lindeboom

Onze zoektocht van de afgelopen jaren heeft ons dingen geleerd waar we niet meer achter terug kunnen. Zorg voor de schepping is integraal onderdeel van het goede nieuws van het Koninkrijk en daarmee van ons zendingswerk als GZB. Over wat we geleerd hebben en wat we nog te leren hebben gaan we komende jaren in gesprek. Onder mangobomen in Zimbabwe en onder lindebomen in Nederland.


[1] Zie onder andere: https://www.anglicancommunion.org/five-marks-of-mission/,  https://www.missienederland.nl/nl/brengleven/artikel/2024/05/16/de-vijf-ingredienten-van-missie en https://zendingsraad.nl/nieuws/2024/05/aan-de-slag-met-de-vijf-ingredienten-van-missie-missienederland/. Voor diepgaandere analyse zie: Walls, A. F., & Ross, C. (Eds.). (2008). Mission in the twenty-first century: Exploring the five marks of global mission. Darton, Longman & Todd.

[2] Blok, T. (2025, 18 juni). Een proces van verzoening tussen zendingspartners. TussenRuimte, 2025(2). https://zendingsraad.nl/tussenruimte-artikel/een-proces-van-verzoening-tussen-zendingspartners/

[3] Van der Stoep, J. (2023). Rentmeesterschap: Een conceptuele analyse. Sophie, 13(1), p. 23–26. Geraadpleegd op 15 juli 2026, van https://www.researchgate.net/publication/371172860_Rentmeesterschap_Een_conceptuele_analyse

[4] Paus Franciscus. (2015, 24 mei). Laudato si’ [Encycliek], par. 217. Vaticaan. Geraadpleegd op 15 juli 2026, van https://www.vatican.va/content/francesco/nl/encyclicals/documents/papa-francesco_20150524_enciclica-laudato-si.html

[5] Church of England. (2020). Living in Love and Faith: Christian teaching and learning about identity, sexuality, relationships and marriage. Church House Publishing, p.364.