Dienende ondersteuning Beleidsveranderingen bij Interserve 

Bij zendingsorganisatie Interserve is men zich bewust van een veranderd landschap voor kerk en zending. Leiders van Interserve uit verschillende landen denken samen na over ingrijpende koerswijzigingen. Doorgaan op de huidige manier is geen optie, vindt ook Bas de Heede, directeur van Interserve Nederland. Interserve Nederland zendt op het ogenblik circa vijftig mensen uit, met name naar Aziatische landen.

Het is een cliché om te zeggen dat de wereld snel verandert, maar het is wel waar. Denk alleen al aan de grote veranderingen van de afgelopen decennia: de val van het communisme, opkomst van het door de islam geïnspireerde extremisme, opkomst van het internet, opwarming van de aarde, de ‘Arabische lente’, de toenemende invloed van Rusland, China, India en Brazilië (de BRIC-landen), economische crises, verschuiving van het zwaartepunt van het christendom naar het Zuiden en het nieuwe tijdperk van het post-christendom in Europa. De gevolgen hiervan zijn enorm en zijn nog (dagelijks) zichtbaar in onze maatschappij.

Deze veranderingen hebben uiteraard ook invloed op zendingsorganisaties, waaronder Interserve. Er wordt veel nagedacht, geschreven en gediscussieerd over de toekomst van Interserve(-International). We bundelen deze discussies onder de naam ‘Building the next generation’. Hoe ziet Interserve er over dertig jaar uit? Zijn we dan nog steeds relevant in Gods Koninkrijk? Zullen onze kinderen dan nog steeds de waarde inzien van zendingsorganisaties? 

Als we alleen op de huidige manier doorgaan, zullen we er over tien of twintig jaar achter komen dat we de ‘trein hebben gemist’. We staan nu voor de uitdaging om Gods stem te verstaan in de huidige veranderingen en daaruit lessen te leren voor de toekomst en onze organisatie hierop zo snel mogelijk aan te passen. Dit artikel is voor een groot deel ontstaan uit een interne publicatie van mijn Interserve-collega Steve Bell uit Engeland. Met hem probeer ik in dit artikel een aanzet te geven hoe we als zendingsorganisatie kunnen reageren op veranderingen, wetende dat dit nog volop in ontwikkeling is.

Paradigmaverschuiving

Het huidige zendingsmodel binnen Interserve bestaat uit het rekruteren en voorbereiden van zendingswerkers, hen namens de kerk uitzenden naar partnerorganisaties waar ze in hun beroep kunnen werken en op een holistische manier het Evangelie verkondingen in Woord en werk (we geloven immers dat veel contacten op de werkvloer worden gelegd, vandaar ‘Woord & werk’ in plaats van ‘Woord & daad’).

Waarom denken we binnen Interserve dat we moeten veranderen? Waarom denken we dat het huidige zendingsmodel aangepast moet worden, willen we nog relevant en effectief zijn om Gods opdracht om te getuigen goed uit te kunnen voeren? Het antwoord hierop begint bij de constatering en de erkenning dat het huidige paradigma aan het veranderen is en er een nieuw paradigma voor in de plaats komt.

Missioloog David Bosch schrijft hierover in zijn fenomenale boek Transforming Mission:

The Church in general and Christian mission in particular are today confronted with issues they have never even dreamed of and which are crying out for responses that are both relevant to the times and in harmony with the essence of the Christian faith.’1

Paradigmaverschuivingen zijn niet helder op vaste momenten te duiden. Het ene paradigma verdwijnt langzamerhand, terwijl het nieuwe dan al een tijdje bezig is om zich te ontwikkelen. Paradigmaverschuivingen kunnen conflicten veroorzaken, omdat een nieuw paradigma andere ‘spelregels’ hanteert, terwijl het huidige paradigma nog uitgaat van de bekende en vertrouwde spelregels. Een bijbels voorbeeld is dat Paulus uitgebreid de tijd moest nemen om in Jeruzalem uit te leggen hoe het Evangelie in ‘verre’ landen verkondigd werd en hoe de nieuwe kerken functioneerden die duidelijk afweken van de Joodse gebruiken. Paradigmawisselingen vereisen een nieuw theologisch kader. Kijk maar hoe de Reformatie en de Verlichting de theologische inzichten hebben veranderd. Veranderingen zijn verwarrend en kunnen inconsequent gedrag veroorzaken dat soms bij het oude paradigma en dan weer bij het nieuwe paradigma hoort. 

David Bosch raadt ons aan om vooral open te staan voor nieuwe ontwikkelingen: 

‘Our theologies are partial and they are culturally and socially biased. This does not mean all theology is relative, that we cannot ever know anything “absolutely” (i.e. anything goes). The truth is that we ‘see in part’ but we do ‘see’ (1 Cor. 13:12). To safeguard one another, followers of Jesus around the world must recognise one another as an international hermeneutical  community.’2

Overgangsfase

Interserve is ervan overtuigd dat we momenteel in een overgang zitten tussen twee paradigma’s. Het huidige paradigma is nog overwegend zichtbaar, maar er zijn steeds meer tekenen zichtbaar van het nieuwe paradigma. Ik noem hier enkele aanwijzingen.

  • De secularisatie sinds de Tweede Wereldoorlog heeft ertoe geleid dat het christendom in Europa sterk is afgenomen en dat christenen een minderheidsgroep zijn geworden. Hooguit de cultuur heeft nog enkele ‘christelijke’ kenmerken, zoals oude kerkgebouwen, maar die zijn nu omgebouwd tot theaters of appartementen. De kerk is minder zichtbaar geworden in het publieke leven en christenen worden uitgedaagd om het unieke van het Evangelie te rechtvaardigen en om Europa als zendingsveld te accepteren. 
  • Europa is multicultureel geworden en dat is ook zeer zichtbaar in Nederland. Mensen uit allerlei landen en met verschillende culturele en religieuze achtergronden zijn in Nederland komen wonen. Alleen in Nederland zijn er al twaalfhonderd migrantenkerken. Dit heeft ook weer grote gevolgen voor de gevestigde kerken en de zendingsorganisaties. Zending is dus niet meer ‘from the Christian West to the heathen rest’, maar van overal naar overal.
  • De periode van de ‘moderne zending’ is nu vrijwel afgerond. Deze periode begon met grote zendingspioniers als William Carey en Hudson Taylor, die profiteerden van de kolonisatie door westerse landen. Zendingsorganisaties werden opgericht (waaronder Interserve in 1852) en werden actief in gekoloniseerde landen door het opzetten van ziekenhuizen, scholen, klinieken, et cetera. Nu deze landen vrijwel allemaal onafhankelijk zijn geworden, zijn ook die instituten, die opgericht zijn door zendingsorganisaties, veelal in lokale handen overgegaan.
  • Terwijl in het Westen het post-christendom realiteit is geworden, is de kerkgroei in Afrika, (in grote delen van) Azië en Zuid-Amerika aanzienlijk. Bellofatto en Johnson3 verwachten dat in 2020 65 procent van alle christenen in de wereld in deze gebieden woont, en dat de kerkgroei daar ook het grootst is. In vrijwel alle landen waar Interserve werkt is nu een kerk aanwezig, variërend van zeer klein, ondergronds tot groot en institutioneel. Oftewel, de ‘vrije’ pioniersfase voor zendingsorganisaties is definitief voorbij, want de lokale kerk is nu primair verantwoordelijk voor zending.
  • Eeuwenlang wisten we zeker dat het christelijk geloof het enige en ware geloof is tot behoud. Nu overheerst de zekerheid dat we het allemaal niet meer weten en dat dé waarheid niet bestaat. Christenen worden nu uitgedaagd om na te denken over andere godsdiensten, omdat we in een multiculturele en pluralistische samenleving wonen. Veel christenen kunnen echter niet uitleggen waarom ze christen zijn en wat de unieke waarheid van de Bijbel is. Christenen die dat wel verwoorden, worden nu zelfs ‘fundamentalist’ genoemd.
  • De globalisering is door de techniek (internet, vliegen, satelliet) sterk toegenomen. We zijn ons meer bewust van de gevolgen van ons gedrag op de wereldwijde natuur en het klimaat. Binnen enkele seconden weten we wat er wereldwijd gebeurt via Facebook en Twitter. Deze sociale media hebben ook op zendingswerkers een grote impact, we zijn immers nooit meer ver weg van ‘thuis’ zoals dat twintig jaar geleden wel nog meer het geval was.
  • Generatieverschillen vereisen een verandering voor zendingsorganisaties. De meeste donateurs zijn ouder dan 50. Zij zien nog volop de meerwaarde van organisaties en instituten en zijn/waren bereid om daar flink voor te geven. Generatie Y (degenen die nu jonger zijn dan 35 jaar) hebben andere geef-gewoonten en zien zending heel anders en verwoorden het ook anders. Dus niet meer de oude, enigszins militaristische termen van ‘rekrutering of mobilisatie van kandidaat-werkers’, het zendingsveld, verlof, toelage (in plaats van salaris), deputatie.

Deze veranderingen zijn zo sterk en massaal aanwezig of zijn zo afwijkend ten opzichte van het verleden, dat onze conclusie niet anders kan zijn dan dat we in een paradigmaverschuiving zitten.

Gevolgen 

Bovenstaande veranderingen hebben uiteraard grote gevolgen voor kerken en zendingsorganisaties: 

  • Het aantal kerken en kerkgangers is in de afgelopen vijftig jaar fors verminderd. En daarmee is de ‘vijver’ van toekomstige zendelingen ook flink kleiner geworden.
  • Veel theologen, voorgangers (en dus ook) christenen kunnen niet meer volledig vertrouwen op de zekerheid van het evangelie en de uniciteit van Christus. Het gevolg is dat Europa opnieuw een zendingsveld is geworden waar het christelijk getuigenis in veel gevallen erg verwaterd is. Voor zendingsorganisaties betekent dit dat we niet alleen aan zendingsbewustwording moeten werken in kerken, maar ook het geloof in de kerken en onder christenen moeten stimuleren.
  • In toenemende mate zijn kerken zelf actief in het sturen van zendingsteams die voor enkele weken naar het buitenland gaan, overigens veelal naar landen waar al veel kerken zijn, zoals Afrika of Latijns-Amerika. Veel christenen zijn ervan overtuigd dat ze prima zelf in staat zijn om elders als zendeling te werken en zien niet de toegevoegde waarde van zendingsorganisaties. Om die toegevoegde waarde weer zichtbaar te maken, moeten we ons als zendingsorganisaties meer profileren als ‘dienstverlener aan de kerken’, ‘partner in zending’, toeruster, zodat de kerken hun zendelingen beter kunne voorbereiden via de expertise van zendingsorganisaties.
  • Een levenslange ‘carrière’ in zending zal snel minder worden. Het begrip lange termijn is aan het eroderen. Eerst was dat levenslang, daarna tien tot vijftien jaar, maar nu is twee jaar al ‘lang’. Kortetermijnzending zal dus meer nadruk moeten krijgen, of het herhaaldelijk op kortetermijnzending gaan. Voor Interserve zal dit een uitdaging zijn, omdat we het grote belang van langetermijnzending onderstrepen. Het internationale karakter van Interserve is hier echter wel behulpzaam doordat bijvoorbeeld de Koreaanse Interserve-werkers zich nog wel committeren aan langetermijnuitzendingen.
  • Zijn de zendingsorganisaties in zicht bij de migrantenkerken? Wat kunnen wij van hen leren en hoe kunnen wij hen dienstbaar zijn om hun verantwoordelijkheid in Gods missie uit te voeren? Of hebben ze daar helemaal geen behoefte aan?
  • De nieuwe generatie heeft andere geef-gewoonten en hoe kunnen zendingsorganisaties daar mee omgaan? Moeten we niet meer zelfvoorzienend gaan worden en minder afhankelijk worden van de giften? Hier speelt ook de ongewisse economische toekomst een rol mee. 

Toekomstige rol 

Te midden van deze veranderingen en de verwarring die dit oplevert, weten we dat God de Eeuwige is die niet verandert. Ook zijn Woord blijft hetzelfde; daarin ligt een duidelijke opdracht voor zijn kinderen.4 De uitwerking van die opdracht moet flexibel worden toegepast vanwege de veranderingen in de wereld. Welke rol zal de zendingsorganisatie op zich moeten opnemen in de komende periode? 

De opdracht van Interserve zal zich voornamelijk richten op het faciliteren van kerken, of zoals mijn collega Steve Bell dat noemt; een ‘servant resourcer’ zijn voor de lokale kerken, zowel in uitzendende landen als Nederland als in een ontvangend land in het Midden-Oosten of Azië. In zijn opvatting verleent (of misschien wel: verkoopt) Interserve diensten aan de kerk, zoals: [let op – bullets]

  • training omtrent zendingsbewustwording en -voorlichting;
    • relaties ontwikkelen met kerken en hen voorzien van specifieke kennis over zending;
    • de zendingsvisie van kerken uitdagen om zodoende kerken deel te laten nemen in Gods missie;
    • een partnerrelatie aangaan met kerken.

Samenwerking met andere zendingsorganisaties, nog meer dan nu het geval is, bijvoorbeeld het samenvoegen van ‘back offices’, gezamenlijk werken aan zendingsbewustwording onder kerken, leren van jonge en vernieuwende zendingsbewegingen. Organisaties die dit niet willen, zullen het moeilijk krijgen.

Kerken zullen in dit post-christelijke tijdperk meer uitgedaagd worden om hun aandeel, rol en verantwoordelijkheid in Gods missie scherper te verwoorden en voor te leven. Daardoor zullen ze ook meer te zeggen willen krijgen over de huidige interkerkelijke zendingsorganisaties. Zendingsorganisaties zullen dus in toenemende mate flexibel moeten zijn om al die (verschillende) wensen in te kunnen willigen. Flexibiliteit wordt ook vereist doordat kerken of kleine gemeenschappen zelf zendelingen wensen uit te zenden, waarbij zendingsorganisaties hooguit wat diensten mogen verlenen.

De kerken in het Zuiden zullen omvangrijker worden en wellicht zullen ze zelfs bereid zijn om zendelingen vanuit het Westen te betalen voor een bepaalde periode en voor specifieke taken en bedieningen. Dit zal de wederzijdse gelijkheid meer recht doen.

We zullen als zendingsorganisaties een nederige, open houding naar kerken moeten hebben om flexibel om te kunnen gaan met hun wensen, zodat de kerken in staat zijn om Gods missie uit te voeren. Hoe dit precies zal worden, weten we (nog) niet. Zolang we echter open staan voor veranderingen, luisteren naar Gods Geest en God gehoorzaam willen dienen, zal God ons willen gebruiken om ook in de toekomst Hem te mogen dienen in Zijn Koninkrijk.

Noten

1 David Bosch, Transforming Mission. Paradigm Shifts in Theology of Mission, 11th edition, 1996, p. 188.

2 David Bosch, 1996, p. 186, 187

3 Gina A. Bellofatto and Todd M. Johnson, Key Findings of Christianity in Its Global Context, 1970-2020, July 2013 

4 Zie het indrukwekkende en mooie boek van Christopher J.H. Wright, De Bijbelse Missie. Gods opdracht voor zijn kinderen. In dit boek legt hij op basis van de hele Bijbel de betekenis uit van Gods missie voor gelovigen die van Hem willen getuigen. Wright verbindt de hele Bijbel vanaf schepping tot aan de nieuwe schepping en de betekenis hiervan voor christenen. 

— Bas de Heede is directeur van Interserve Nederland.