Wie met Juliana Morillo spreekt, merkt al snel dat ‘scheppingszorg’ voor haar geen modewoord is, maar een manier van leven. Juliana, samen met haar man verbonden aan zendingsorganisatie Latin Link, beweegt zich al meer dan twee decennia tussen kerken, netwerken en gemeenschappen in Argentinië, Peru en Colombia. Ik ga met haar in gesprek over haar werk, over de situatie in Colombia en over scheppingszorg als onderdeel van de missie van de kerk.
Van helder en puur naar een vervuilde rivier
Als ik haar vraag waar haar liefde voor de schepping en haar overtuiging vandaan komen, en of dit langzaam is gegroeid of dat er echt een moment van omkeer zichtbaar is, antwoordt Juliana:
“Als tiener ging ik met mijn school op bezoek bij de bron van de Bogota rivier. Ik was verbaasd en verwonderd over de helderheid van het water en de schoonheid van die plek. Vooral door het contrast met wat ik zelf zag en kende van de rivier een paar kilometer verderop. Daar is ook het afvalwater van de verschillende dorpen en de stad Bogota erbij ingestroomd. Dit contrast heeft me sindsdien niet meer losgelaten. Toen ik het begin van deze rivier zag, heel helder en puur, realiseerde ik mij wat wij als mensen veroorzaken en wist ik dat ik daar iets mee moest doen.”
Juliana komt uit een missionair gezin en is altijd opgegroeid met het idee dat het een centraal onderdeel van ons geloof is om iets te doen voor je naasten en oog te hebben voor de noden van anderen.. Dit alles samen bracht haar ertoe milieuwetenschappen te gaan studeren en zich te specialiseren in milieumanagement. Juist door haar eigen weg is ze ook gaan merken dat kerken vaak opvallend stil blijven als het gaat om zorg voor de schepping. “Ik merkte dat er onder christenen weinig besef was dat zorg voor de schepping deel uitmaakt van onze roeping,” zegt Juliana. “Hoe wij leven, hoe wij consumeren, hoe wij omgaan met land, water en energie: dat hoort allemaal bij ons geloof.” Het is precies die verbinding die ze sindsdien probeert zichtbaar te maken, zowel in lokale gemeenten als in internationale christelijke netwerken waarin ze actief is.
In haar werkzaamheden legt Juliana telkens de link tussen onze rol als kerk in deze wereld en de relatie die wij als kerk en christenen hebben met onze omgeving. Maar ook met de grotere problemen in deze wereld, zoals de klimaatcrisis en de biodiversiteitscrisis. Daarom probeert ze op verschillende niveaus kerken te motiveren om in actie te komen. Zowel lokaal in Bogotá en andere delen van Zuid-Amerika als tijdens grotere conferenties. “Hier in Bogotá hebben we een pilot gedraaid waarin gemeenten begeleid werden in een proces van zelfonderzoek. Hoe gaan we om met Gods schepping? Wat betekent zorg voor de aarde in ons kerkgebouw, in ons onderwijs en in onze omgang met de buurt? Aan het eind van zo’n traject maakten gemeenten een concreet plan. Het ging niet alleen om bewustwording,” legt Juliana uit, “maar om een weg naar verandering, voor kerk én gemeenschap.”
Scheppingszorg = gerechtigheid
Ik vroeg Juliana ook hoe de bevolking in Colombia zelf te maken krijgt met de gevolgen van de klimaatcrisis en het verlies aan biodiversiteit. Haar antwoord is heel duidelijk: “In Latijns-Amerika is die werkelijkheid intussen nauwelijks te negeren. Klimaatverandering is er geen verre dreiging, maar dagelijkse ervaring.” Juliana noemt overstromingen, langdurige droogte, onvoorspelbare seizoenen en smeltende gletsjers. Vooral kwetsbare gemeenschappen worden getroffen: mensen die huizen bouwen langs rivieroevers, boeren die afhankelijk zijn van regelmatige regenval en dorpen die leven van waterstromen uit berggebieden. “Voor veel mensen is klimaatverandering geen discussiepunt,” zegt ze. “Het gebeurt voor hun ogen. De vraag is alleen: wat doen we ermee?”
“In Colombia vindt winning van grondstoffen plaats die elders nodig zijn voor de energietransitie. Deze bedrijven zijn er vaak maar een jaar of tien en wanneer de grondstoffen op zijn, verdwijnen ze weer. Ze laten vervuilde of uitgeputte waterbronnen en landbouwgrond achter.”
Daarmee raakt ze aan de realiteit van alledag voor vele lokale gemeenschappen in Zuid- en Midden-Amerika, namelijk dat scheppingszorg onlosmakelijk verbonden is met gerechtigheid. Niet alleen omdat de gevolgen vooral de allerarmsten treffen, maar ook omdat de crisis grotendeels wordt veroorzaakt door landen met een veel groter consumptiepatroon.
Dit onrecht wordt in Colombia zichtbaar in allerlei vormen. Juliana noemt mijnbouw als voorbeeld: “In Colombia vindt winning van grondstoffen plaats die elders nodig zijn voor de energietransitie. Deze bedrijven zijn er vaak maar een jaar of tien en wanneer de grondstoffen op zijn, verdwijnen ze weer. Ze laten vervuilde of uitgeputte waterbronnen en landbouwgrond achter. En het blijft niet bij milieuschade alleen. Deze bedrijven ontwrichten lokale gemeenschappen. Ze komen binnen, zorgen voor snelle banen en snelle geldstromen, maar ook voor een toename van prostitutie en sociale ontwrichting.” Ze vertelt dat dit juist de reden is waarom ze zich verzet tegen een nauwe blik op duurzaamheid, waarin technologie automatisch als oplossing geldt. De vraag is volgens haar niet alleen óf we nieuwe energiebronnen ontwikkelen, maar ook hóé we dat doen en wie daarvoor de prijs betaalt. “Grote bedrijven kijken vaak naar het directe voordeel, maar niet naar alle gevolgen voor land, water en mensen.” Een ander voorbeeld van waar onrecht en de klimaatcrisis elkaar raken, gaat over het lot van milieubeschermers en activisten. Juliana: “Colombia behoort al jaren tot de gevaarlijkste landen voor mensen die hun land, water of leefomgeving verdedigen. Wie zich uitspreekt tegen roofbouw loopt gevaar. Ze worden bedreigd omdat ze hun land beschermen. Soms worden ze eenvoudigweg uit de weg geruimd.” In deze context heeft scheppingszorg een scherpe en rauwe rand: het gaat soms letterlijk over leven en dood.
Taak voor de kerk
Op de vraag waar en hoe de lokale kerk binnen dit onrecht een rol kan spelen, zegt Juliana het volgende: “De kerk moet zich niet als redder opwerpen, maar juist naast de mensen gaan staan om hen te helpen hun land te verdedigen, hun verhalen hoorbaar te maken en, waar mogelijk, bescherming te bieden. En natuurlijk ook voor hen te bidden.” Tegelijkertijd is ze ook eerlijk over de beperkingen van de kerk in Colombia. Ze ziet in veel grote of dominante kerkelijke stromingen nog maar weinig actieve betrokkenheid op dit thema. “Het zijn juist de wat kleinere en historisch gewortelde denominaties die hier wel ruimte voor lijken te maken,” zegt ze. Maar ze ziet ook hoopvolle voorbeelden. Soms klein en vooral lokaal, maar juist daarom betekenisvol. In haar eigen mennonitische gemeente bijvoorbeeld:
“Hier is een aantal jaar geleden een initiatief ontstaan voor een winkel met tweedehands spullen en de opbrengst gaat naar een ander kerk project dat kinderen ondersteunt in onderwijs en eten. Ook maakten we tijdens de coronatijd als kerk korte filmpjes over scheppingszorg. Die werden niet alleen in onze eigen kerk gebruikt, maar ook door gemeenten verspreid over het hele land. Het ging over hoe je op een verantwoorde manier met spullen kunt omgaan, bijbelse principes en voorbeelden van een eenvoudige levensstijl. Zulke kleine impulsen kunnen een hele gemeente vormen én dus ook breder doorwerken.”
Tekenen van hoop
Een paar keer tijdens het gesprek spiegelt Juliana de westerse manier van leven, of levenshouding, aan wat er nodig is om verandering teweeg te brengen. Ze pleit voor minder consumptie, minder energieverbruik en meer bewustzijn van wat genoeg is. Juliana: “Daarvoor is niet alleen innovatie nodig, maar ook een bekering in hoe je omgaat met je verlangens. Het komt erop neer dat we systeemverandering nodig hebben én een eenvoudigere levensstijl. Vooral in landen met een hoog gebruik van energie en grondstoffen.” Daarmee richt ze zich specifiek tot ons: christenen en kerken in Europa. We moeten niet alleen toeschouwer zijn van de crises die zich afspelen, maar ook verantwoordelijkheid dragen. Ze spoort ons aan: “Zij kunnen lokale partners steunen, beleid kritisch volgen, eigen consumptiepatronen ter discussie stellen en zich afvragen hoe hun geloof zich verhoudt tot comfort en economische groei. Dit is niet alleen de verantwoordelijkheid van overheden of van anderen.” Ze benoemt ook dat kerken hierin niet machteloos hoeven toe te kijken. Bovenal wil ze dat ook de kerk in Colombia hoop belichaamt. Niet goedkope hoop, in de zin van ‘alles komt wel goed’, maar hoop die wortelt in Gods trouw en daarom mensen in beweging zet. “Wij zijn niet de redders,” zegt Juliana. “Maar we zijn wel een belangrijk deel van de oplossing.” Deze laatste zinnen laten goed zien hoe Juliana naar de problemen en de oplossingen kijkt. Zorg voor de schepping is geen hobby van een kleine groep mensen, maar een uitdrukking van liefde voor de naaste, van recht doen aan de kwetsbaren, van eerbied voor Gods aarde en van vertrouwen dat Gods verlossing de hele schepping omvat.
Hoelang kunnen westerse christenen nog doen alsof de crisis zich vooral op afstand afspeelt? Hoe lang blijven geloof, gerechtigheid en levensstijl in aparte hokjes opgeborgen?
Dit laat zien dat het niet alleen over Colombia gaat. Juliana houdt ook kerken en christenen elders een spiegel voor met vragen waar ook wij mee aan de slag kunnen: Want hoelang kunnen westerse christenen nog doen alsof de crisis zich vooral op afstand afspeelt? Hoe lang blijven geloof, gerechtigheid en levensstijl in aparte hokjes opgeborgen?
| Gebed rond verkiezingen Tijdens dit interview vond de eerste ronde van de verkiezingen plaats in Colombia. Juliana vroeg ons om te bidden: – Voor onderscheidingsvermogen voor degenen die tijdens de tweede ronde (21 juni) weer mogen stemmen. Vooral voor christenen, dat ze door alle misinformatie heen de waarheid mogen zien en stemmen voor hen die opstaan voor gerechtigheid, vrede een respect voor natuur en mensenrechten. – Voor gerechtigheid en democratie voor, tijdens en na de verkiezingen. Dat het proces integriteit, vrede en gerechtigheid afspiegelt. – Voor scheppingszorg. Dat milieuzorgen meer zichtbaar worden en op waarde worden geschat op dit cruciale moment. – Wanneer de verkiezingen voorbij zijn, kunnen we ook bidden dat de nieuwe regering beleid blijft ontwikkelen dat lokale gemeenschappen en de natuur ten goede komt, en tegelijkertijd wereldwijd leiderschap blijft uitoefenen op het gebied van klimaat- en milieukwesties. Daarnaast kunnen we bidden voor de kerken in Colombia, dat zij hun rol binnen lokale structuren kunnen vervullen, hulp kunnen bieden waar nodig, en dat milieuproblemen zichtbaarder en meer gewaardeerd worden, als een integraal onderdeel van een christelijke levensstijl. |
Annemarthe Westerbeek is directeur van A Rocha Nederland en gast-redactielid van deze TussenRuimte editie.
Foto: Juliana Morillo (links); Creation Care training met inheemse kerkleiders in Colombia

