Is Paulus ook onder de ecotheologen?

Boekverslag ‘Greening Paul’

Is de bijbelse traditie antropocentrisch en geeft ze de mens het recht de aarde te exploiteren? Betekent bijbelse eschatologie dat de aarde van voorbijgaande betekenis is voor de uitverkorenen die hun verlossing in de hemel verwachten? Of bieden de brieven van Paulus bronnen voor een ecologische theologie en ethiek, en voor een christelijke traditie die gearticuleerd kan worden tegen de achtergrond van de ecologische vragen van vandaag? Kun je met goed recht Paulus zo lezen dat het gaat om de verlossing van de hele schepping? Die vragen probeert het boek ‘Greening Paul’ te beantwoorden, en de schrijvers maken zich er niet gemakkelijk vanaf.

Greening Paul – Rereading the Apostle in a Time of Ecological Crisis (al verschenen in 2010) werd geschreven door drie theologen uit Exeter, David G. Horrell, Cherryl Hunt en Christopher Southgate (van wie twee ook natuurwetenschappers zijn), als onderdeel van een onderzoekproject “Uses of the Bible in Environmental Ethics”. Hun claim is dat er, ondanks veelvoorkomende verwijzingen naar enkele favoriete teksten in de Paulinische brieven die een ecologische agenda zouden moeten ondersteunen, nog niet eerder een poging was gedaan om Paulus fundamenteel vanuit een ecologisch perspectief te lezen. Dit boek is een respectabele poging daartoe. Het risico bestaat dat we, in ons streven naar een gronding van een voor onze crisistijd relevante ecotheologie en ecomissiologie, bijbelteksten anachronistisch interpreteren en te gemakkelijke conclusies trekken. De schrijvers van Greening Paul kiezen voor een zorgvuldiger werkwijze en zijn daarmee in de methodische stappen in hun (gezamenlijke) betoog beter na te rekenen.

Ecotheologische benaderingen

Het boek opent met een kritische bespreking van bestaande ecotheologische benaderingen. Het hele ecotheologische vertoog begint bij het bekende artikel van Lynn White uit 1967, waarin hij betoogt dat het christendom (vooral in zijn westerse gedaante) de meest antropocentrische religie ter wereld is en een grote schuldlast draagt voor de ecologische crisis. Het christendom schiep een dualisme tussen mens en natuur en gaf mensen een vrijbrief om de natuur te exploiteren. Terwijl de hierop volgende discussie zich toespitste op het scheppingsverhaal, roept ook bijbelse eschatologie kritische vragen op: is deze aarde voorbijgaand en voorbestemd voor vernietiging? Sommige ecotheologen, beschrijft dit boek, betogen dat de Bijbel, mits goed uitgelegd, wel degelijk een groene agenda ondersteunt: het scheppingsverhaal roept op tot rentmeesterschap, Jezus is een positief rolmodel, en de aarde wordt niet verwoest maar getransformeerd. De schrijvers betogen dat deze benadering te kort door de bocht is. De Bijbel zegt bijvoorbeeld nergens dat mensen zijn aangewezen als rentmeesters van de schepping. En de sprong van eschatologische beelden van verwoesting naar een menselijk opdracht tot scheppingszorg is niet zo makkelijk te maken.

Als er dan inderdaad een spanning lijkt te zijn tussen wat de Bijbel zegt en wat de ecologische crisis vraagt, dan zijn er twee oplossingen. Of zorg voor de schepping wordt onbelangrijk, zoals bij aanhangers van dispensationalistische eindtijdverwachtingen. Of de prioriteit van de ecologische crisis vraagt om een reconstructionistische benadering, waarbij Bijbel en theologische traditie met achterdocht moeten worden benaderd (vergelijkbaar met feministische theologie).

De Bijbel zegt nergens dat mensen zijn aangewezen als rentmeesters van de schepping. En de sprong van eschatologische beelden van verwoesting naar een menselijk opdracht tot scheppingszorg is niet zo makkelijk te maken.

Hermeneutische lens

De auteurs kiezen voor een benadering tussen de geschetste uitersten van recovery en resistance in. Hun revisionistische benadering (geconcentreerd op Paulus) is constructief en creatief. Ze beweren niet te verwoorden wat Paulus “eigenlijk” zei of bedoelde, of dat Paulus (of een andere bijbelse traditie) evidente ethische richtlijnen biedt voor onze complexe eigentijdse ecologische problemen. Wat dit boek wil doen is: Paulus lezen in het licht van onze context en prioriteiten door nieuwe betekenis te scheppen uit de tekst, op een manier die aantoonbaar in continuïteit is met het Paulinische materiaal en dus verdedigbaar als ecotheologische lezing. De methode die daarvoor nodig is, is het zorgvuldig construeren van een hermeneutische lens, waarmee een dynamische relatie gebouwd kan worden tussen tekst, traditie en onze context. Met de zorgvuldige keuze voor een hermeneutische lens (denk bij zo’n lens aan ‘rechtvaardiging door het geloof’, ‘bevrijding’ of ‘rentmeesterschap’) wordt erkend dat bijbelinterpretatie noodzakelijk een constructief proces is.

Welke hermeneutische lens doet recht aan de ecologische vragen van nu en aan de wetenschappelijke kennis van nu, en tegelijk aan het onderliggende narratief van Paulus brieven? Een tweede kenmerk van de benadering van de schrijvers is namelijk dat ze kiezen voor een narratieve analyse. Ze zoeken welk kosmologisch narratief naar voren komt in de brieven van Paulus – welk verhaal over verleden, heden en toekomst van de kosmos? En wat is daarin de rol van God, de mens en de schepping? Als we dat onderliggende narratief van Paulus helder hebben (in zijn context) kunnen we dat ook naast ecotheologische narratieven uit onze context leggen.

Kernteksten

Het middendeel van het boek focust op de twee ‘mantra’-teksten van Paulus die het meest opduiken in ecotheologische discussies: Romeinen 8:19-23 (“de hele schepping zucht”) en Kolossenzen 1:15-20 (“…door Hem en voor Hem alles met zich willen verzoenen”). Beschreven wordt hoe deze teksten functioneren in de discussie, en welk “verhaal van de schepping” ze impliciet met zich meedragen. Volgens de schrijvers stappen veel ecotheologische verwijzingen naar deze teksten te gemakkelijk over de moeilijkheden in de teksten heen, en maken ze te snel de anachronistische stap van deze teksten naar onze milieu-ethische verantwoordelijkheden. We moeten erkennen dat Paulus niet schreef met het oog op een milieucrisis. Onze theologische reconstructie gaat dus onvermijdelijk verder dan wat Paulus zelf bedoelde.

Romeinen 8 en Kolossenzen 1 gebruiken verschillende beelden en motieven om de toekomstige hoop van de schepping te beschrijven. De tekst in Romeinen 8 is een toekomstgericht verhaal van de schepping, waarin een tragische toestand (slavernij en vergankelijkheid) door veel strijd en lijden heen getransformeerd wordt naar bevrijding. Goddelijke actie zal de menselijke en niet-menselijke schepping brengen tot vrijheid en heerlijkheid.

Het centrale motief van Kolossenzen 1 is de verzoening van alles. Het is het “verhaal van alles”, en meer specifiek het verhaal van de christenen in Kolosse, maar op fundamenteel niveau is het het verhaal van Christus: de hymne vertelt het verhaal van alle dingen als het verhaal van Christus, in wie alles is geïncorporeerd. Alles bestaat in Hem en is met Hem verzoend. Allebei de bijbelteksten vertellen een vergelijkbaar narratief van schepping, probleem en oplossing, hoewel ze uiteenlopende beelden gebruiken voor het herstel van de schepping: vrijheid en luister dan wel verzoening en vrede.

Constructie van een hermeneutiek

Zorgvuldige analyse van de genoemde teksten moet ons ervoor behoeden te snel de stap te maken naar ecotheologie en milieu-ethiek. Ten eerste is de focus in de teksten theo- dan wel christocentrisch. Er is geen expliciete verwijzing naar een opdracht voor de mens. Het herstel van de schepping is Gods werk. Ten tweede valt op dat beide teksten antropocentrisch zijn. De rol van de mensheid (de kerk) staat centraal (maar dat kan ook betekenen dat de kerk opereert als een voorafbeelding van de verlossing van de kosmos). Een derde probleem is de eschatologische focus van de teksten. Het is lastig om daar direct een ethiek of politiek voor hier en nu aan af te lezen.

Wel is van fundamenteel belang dat beide teksten duidelijk maken dat het bereik van Gods verlossingsdaden in Christus zich uitstrekt tot niet minder dan de hele schepping. Onze hermeneutische lens brengt dus de hele schepping in beeld als centraal figuur in een narratief van begin, probleem en heerlijke voltooiing in en door Christus, een verhaal waarin de christelijke gelovigen zijn opgenomen en een centrale rol vervullen. Het “probleem” in dit narratief wordt overigens in deze teksten niet beschreven in termen van een historische zondeval. Omdat de auteurs in hun hermeneutiek ook onze wetenschappelijke, post-darwiniaanse context betrekken, is hun conclusie dat het herstel van de schepping niet kan worden gezien als een terugkeer naar een vroegere paradijselijke oertoestand (die niet heeft bestaan) met vreedzame relaties tussen mensen en andere schepselen. Evenmin is de hoop gevestigd op het in stand houden van de bestaande orde. De eschatologische verzoening van de hele schepping waarover Paulus spreekt zal een nieuwe situatie zijn.

Zoals mensen overgebracht worden van de oude naar de nieuwe schepping door participatie in Christus, zo is ook de hele schepping in een proces om verzoend en geïncorporeerd te worden in Christus.

Paulus ecotheologisch gelezen

De auteurs kijken in tweede instantie ook naar de overige teksten van Paulus, en vinden ook in dat wijdere landschap veel wat aansluit bij het bovenstaande verhaal van schepping-probleem-oplossing: God heeft alles geschapen door Christus, alles heeft intrinsieke waarde, en alles vindt uiteindelijk zijn doel in God/Christus, in wie alles zal worden geïncorporeerd. Voor een lezing die recht doet aan Paulus zijn eschatologie en participatie kernbegrippen, en die begrippen bieden ook het meeste perspectief om Paulus ecologisch te duiden.

Hoewel de dominante theologische tradities een preoccupatie hebben met de verlossing van de mens, hebben we gezien dat Paulus gericht is op het wereld-transformerende handelen van God in Christus – een handelen met kosmische dimensies en implicaties. Zoals mensen overgebracht worden van de oude naar de nieuwe schepping door participatie in Christus, zo is ook de hele schepping in een proces om verzoend en geïncorporeerd te worden in Christus. De auteurs halen dit motief van kosmische verzoening naar voren als centrum van een theologie van Paulus. De paulinische narratieve ecotheologie die zo in beeld komt zal onherroepelijk eschatologisch van kleur zijn. Dat betekent dat we onszelf bevinden op een bepaald punt in het verhaal, waar Gods beslissende daad om de kosmos te bevrijden al heeft plaatsgehad in het Christus-gebeuren, maar waar de vervulling van dat doel nog niet is behaald, zodat we ons in de huidige tijd vinden in de spanning tussen al en nog niet. Dit hoop-vervulde eschatologische narratief contrasteert met sommige andere narratieven in de hedendaagse ecotheologie, maar moet wel kenmerkend zijn voor een ecotheologie die zich wil laten stempelen door het Nieuwe Testament en in het bijzonder door Paulus.

Eco-ethiek van Paulus

De ecologisch gelezen teksten van Paulus bevatten geen opdracht aan de gelovigen om te werken aan de verzoening van de natuurlijke wereld. Maar het visioen van kosmische verzoening toont wel duidelijk het einddoel van alles, en dat vraagt toch om een patroon van relaties en acties om dat doel te belichamen. De centrale idee van participatie in Christus heeft ethische dimensies, omdat het spreekt van de verantwoordelijkheid van gelovigen om in Christus te leven, en dus om gelijkvormig te worden aan het patroon van Christus’ zelfgevende liefde voor anderen. De auteurs erkennen dat het nogal een stap is om die ethische kenosis te verbreden tot de niet-menselijke werkelijkheid, maar ze verdedigen die stap als passend bij de geest van Paulus en bij de context van de ecologische crisis, indien Christus’ verzoening inderdaad op de hele schepping betrekking heeft. Dat vraagt om respect voor niet-menselijke schepselen als toebehorend aan en bestaand in relatie met God.

Zo’n op Paulus voortbouwende ecotheologie en -ethiek heeft onvermijdelijk iets antropocentrisch. Paulus geeft de verloste mensheid immers een centrale rol in Gods verhaal met de schepping, als anticipatie op en belichaming van de vernieuwing van alle dingen. Echter, benadrukken de schrijvers, dit antropocentrisme betekent geen superioriteit, maar de verantwoordelijkheid om de vrijheid in Christus uit te leven in dienstbaarheid aan vrede en verzoening, in het bijzonder ten opzichte van alles wat zwak is. Concreet kan dat bijvoorbeeld betekenen: ruimte scheppen voor alle gemeenschappen om te floreren, en voorkomen dat soorten uitsterven.

Slotwoord

Horrell, Hunt en Southgate schreven een indrukwekkende studie, waarmee ze een nog tamelijk onontgonnen theologisch vakgebied verkenden en daarin een begaanbare weg probeerden uit te stippelen. Ze beoefenen de kunst van het improviseren op de thema’s die te horen zijn in Paulus’ teksten, en leggen van iedere methodische stap zorgvuldig verantwoording af. Waar ze hun stappen tentatief zetten (met name in de eco-ethiek), vermelden ze dat ook. Zou Paulus vandaag ook onder de ecotheologen zijn geweest? Met Greening Paul kunnen we ons dat beter voorstellen.